Uitspraak
9.Het verzoek wordt daarom afgewezen.
10.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2021. .
Rechtbank Limburg
Op 13 april 2021 werd verzoeker door de politie staande gehouden waarbij in zijn bloed THC en cocaïne werden aangetroffen boven de wettelijke grenswaarden. Verweerder legde een onderzoek op en schorste het rijbewijs van verzoeker. Verzoeker stelde dat hij zijn rijbewijs dringend nodig had voor zijn BBL-opleiding en werkzaamheden als servicemonteur en verzocht om teruggave van het rijbewijs.
De voorzieningenrechter erkende het spoedeisend belang van verzoeker, maar benadrukte dat de wet- en regelgeving (Wegenverkeerswet 1994) geen ruimte laat voor een belangenafweging. De schorsing van het rijbewijs is verplicht bij een vermoeden van rijden onder invloed van drugs en de voorlopige voorziening kan daarom niet worden toegewezen.
Verzoeker heeft niet betwist dat de drugswaarden in zijn bloed te hoog waren, maar gaf aan dat hij de dag van aanhouding geen drugs had gebruikt. Het bezwaar tegen het primaire besluit werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van het rijbewijs wegens drugsgebruik wordt afgewezen.