Partijen zijn gehuwd sinds 2013 en hebben twee minderjarige kinderen. Zij zijn uit elkaar en wonen niet meer samen; de kinderen verblijven bij de moeder. Beide partijen vragen de rechtbank de echtscheiding uit te spreken en afspraken te maken over zorg- en opvoedingstaken en kinderbijdrage.
Ondanks pogingen via mediation en advocaten lukt het partijen niet een ouderschapsplan overeen te komen. De rechtbank oordeelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en spreekt de echtscheiding uit, ook al ontbreekt het ouderschapsplan. De hoofdverblijfplaats van de kinderen wordt bij de moeder vastgesteld.
De vader verzoekt een zorgregeling waarbij de kinderen drie weekenden achter elkaar bij hem verblijven en doordeweeks ook contact hebben. De moeder vindt dit te onrustig en maakt zich zorgen over het welzijn van de kinderen. De rechtbank stelt een zorgregeling vast met minder wisselmomenten en een evenwichtige verdeling van weekenden, vakanties en feestdagen, gericht op rust en regelmaat voor de kinderen.
Over de kinderbijdrage verschillen partijen van mening. De vader stelt onvoldoende draagkracht te hebben en levert onvoldoende financiële stukken aan. De rechtbank gaat daarom uit van een bijdrage van €100 per maand per kind, zoals de moeder vordert, en wijst het verzoek van de vader af. De verdeling van de gemeenschap van goederen is afgerond, met uitzondering van een belastingteruggaaf die gelijk wordt verdeeld.
Partijen dragen elk hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld.