Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 102,96
- griffierecht € 126,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
VGZ heeft een vordering ingesteld tegen [gedaagde] wegens onbetaalde zorgpremies en declaraties over meerdere jaren. De oorspronkelijke hoofdsom bedroeg €2.826,51, maar VGZ heeft haar vordering beperkt tot €500. [gedaagde] stelde dat zijn schuld via loonbeslag werd voldaan, maar dit werd door de rechtbank verworpen omdat de inhouding via het CAK een verplichte zorgpremie-inhouding betreft en geen loonbeslag.
De rechtbank stelde vast dat [gedaagde] nog steeds een bedrag van €1.261,40 verschuldigd was, maar wijst de vordering toe tot het door VGZ beperkte bedrag van €500 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De rechtbank gaf geen oordeel over de overige rente en incassokosten vanwege de beperking van de hoofdsom.
[gedaagde] werd veroordeeld tot betaling van het toegewezen bedrag en de proceskosten, met een voorwaardelijke veroordeling voor de na het vonnis ontstane kosten indien hij niet binnen twee weken volledig betaalt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst de door VGZ beperkte vordering van €500 toe en oordeelt dat de inhouding van zorgpremie via het CAK geen loonbeslag is.