Op 23 januari 2020 bedreigde de verdachte zijn moeder in haar woning te Sittard-Geleen met een vuurwapen en loste een schot in de richting van de buitendeur. De moeder deed aangifte en de politie vond een hulzen en sporen van het schot in de woning. De verdachte verklaarde dat het schot per ongeluk afging toen hij met het wapen tegen de deur sloeg, maar de rechtbank achtte bewezen dat het schot bewust werd gelost.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van de ten laste gelegde woordelijke bedreiging, omdat de gebruikte woorden geen bedreiging vormden. De verdachte bekende het bezit van een semi-automatisch pistool en munitie, wat eveneens bewezen werd verklaard.
De officier van justitie eiste een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaar en een taakstraf van 180 uur. De rechtbank volgde deze eis, mede gelet op eerdere veroordelingen van de verdachte, zijn schuldbewustzijn en het feit dat hij zijn leven probeert te beteren. De verdachte kreeg geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf vanwege zijn positieve ontwikkelingen en het reclasseringsadvies.