Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
primair) dan wel heeft geprobeerd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zwaar te verwonden (
subsidiair) dan wel gevaar op de weg heeft veroorzaakt (
meer subsidiair)door met haar auto met een aanzienlijk hogere snelheid dan toegestaan te rijden op (onverharde) wegen waar voetgangers liepen;
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
“Zij vertelt dat de agent zonder knipperlicht te gebruiken vol op de rem ging en de zijstraat rechts insloeg. Hij reed volgens betrokkene als 'een malloot'. 'Ik had hem vol in de auto moeten rijden in de zijkant want hij was verkeerd bezig’, aldus betrokkene.”Ter terechtzitting heeft de verdachte deze uitlating enigszins afgezwakt door te stellen dat zij niet opzettelijk op de politieauto wilde inrijden, maar van enig zelfinzicht en verantwoordelijkheidsbesef is de rechtbank ook op terechtzitting niet gebleken. Het was de agent die haar heeft opgejaagd, aldus de verdachte tijdens de terechtzitting.
“Betreffende de psychische schade die de slachtoffers aan het incident hebben overgehouden zegt ze: 'wat denk je wat voor schade ik heb? Zeker, zij zullen het ook hebben maar ze stonden daarna wel grote mond te hebben. Zogezegd geschrokken maar wel in staat om naar onder te komen en me uit te schelden. Moeilijk wat ik daarvan moet vinden. Ben zeker fout geweest, ik had moeten stoppen maar ik had al zoveel meegemaakt dat jaar. Had geen zin in discussie. Vind het moeilijk om een gevoel te uiten over die twee personen'.”Ook staat er:
“Betrokkene denkt dat de slachtoffers geld uit deze zaak willen halen”.
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor feit 1 tot
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt
- veroordeelt de verdachte voor feit 1 tot een
- bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van Pro die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht;
- veroordeelt de verdachte voor feit 2 tot
- bepaalt dat deze (bijkomende) straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
( art 287 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
( art 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
- de Aan de Beuk ongeveer 100 kilometer per uur heeft gereden, waar 30 kilometer per uur is toegestaan, althans met een aanzienlijk hogere snelheid heeft gereden
dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of
- (vervolgens) de Oude Landgraaf en/of de Aan de Beuk ongeveer 140 kilometer per uur heeft gereden, waar 30 kilometer per uur is toegestaan, althans met een aanzienlijk hogere snelheid heeft gereden dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of
- (vervolgens) de Kaalweg ongeveer 140 kilometer per uur heeft gereden, waar 80 kilometer per uur is toegestaan, althans met een aanzienlijk hogere snelheid heeft
gereden dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, en/of (daarbij) voetgangers is gepasseerd, terwijl die voetgangers zich op die Kaalweg bevonden en/of de berm in zijn gelopen/gesprongen teneinde een aanrijding te voorkomen en/of
- (vervolgens) de Kaalweg ongeveer 100 kilometer per uur heeft gereden, althans met een aanzienlijk hogere snelheid heeft gereden dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was op voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is ingereden/afgereden, terwijl voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zich op die (on)verharde weg bevonden, De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
zij, op of omstreeks 7 september 2018 te Landgraaf, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg binnen de bebouwde kom, de Oude Heide en/of de Aan de Beuk, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers heeft zij in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - op welk bord een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur was aangegeven - gereden met een snelheid van ongeveer 127 kilometer per uur, in elk geval de toegestane maximumsnelheid heeft overschreden;
( art 62 jo Pro bord A1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 )