Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
In deze zaak stond centraal of een persoon onder bewind een geneeskundige overeenkomst kan sluiten en of een vordering van een tandarts op de onderbewindgestelde goederen verhaalbaar is. De onderbewindgestelde had een tandheelkundige behandeling ondergaan waarvoor een factuur was uitgeschreven die niet betaald werd.
De rechtbank bevestigde dat de onderbewindgestelde zelfstandig medische overeenkomsten kan aangaan, aansluitend bij eerdere jurisprudentie. Dit betekent dat de overeenkomst op zichzelf geldig is en niet vernietigd kan worden op grond van artikel 1:438 BW Pro.
Echter, de rechtbank oordeelde dat de vordering niet verhaalbaar is op de onderbewindgestelde goederen omdat het bewind was gepubliceerd in het centraal curatele- en bewindregister. De tandarts had dit register moeten raadplegen en wordt geacht van het bewind op de hoogte te zijn geweest. Hierdoor kan geen beroep worden gedaan op derdenbescherming zoals bedoeld in artikel 1:440 lid 1 BW Pro.
De vordering werd daarom afgewezen en de eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Dit oordeel sluit aan bij eerdere uitspraken waarin ook na beëindiging van het bewind geen verhaal mogelijk is op goederen die onder het bewind vielen.
Uitkomst: De vordering van de tandarts wordt afgewezen omdat het bewind was gepubliceerd en de vordering niet op de onderbewindgestelde goederen kan worden verhaald.