Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
150,00(2 x tarief € 75,00)
Rechtbank Limburg
VGZ Zorgverzekeraar vordert betaling van een onbetaalde zorgverzekeringspremie en aanverwante kosten van de gedaagde over diverse perioden tussen 2008 en 2017. De totale hoofdsom bedroeg oorspronkelijk €8.676,20, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. VGZ heeft haar vordering beperkt tot €500.
De gedaagde voert verjaring aan voor een deel van de vordering en stelt betalingsonmacht. De rechtbank oordeelt dat een deel van de vordering over de periode juni tot september 2008 verjaard is, omdat de verjaring niet tijdig is gestuit. Voor de overige perioden is de verjaring wel gestuit door aanmaningen die de gedaagde heeft ontvangen.
De rechtbank wijst de vordering van VGZ toe tot €500 aan hoofdsom met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. Betalingsonmacht wordt verworpen omdat dit risico bij de gedaagde ligt. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en de kosten na vonnis bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering van VGZ wordt toegewezen tot €500 aan hoofdsom met wettelijke rente vanaf de dagvaarding, met veroordeling van de gedaagde in proceskosten.