Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De vordering van de officier van justitie
3.De beoordeling
€ 14.349,14.
4.Het wettelijke voorschrift
5.De beslissing
- stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op
- legt [verdachte] de verplichting op tot
gijzelingdie met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op
286 dagen.
mr. M.E. Notermans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.M.J.G.A. van Hinsberg en
mr. S. Schmeets, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 5 oktober 2021.