Uitspraak
[naam vergunninghouder], te [woonplaats]
24.De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan ook af.
25.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2021.
Rechtbank Limburg
Verzoeker, woonachtig nabij het bouwplan, stelde bezwaar tegen een omgevingsvergunning voor het vergroten en veranderen van een winkelgebouw, supermarkt en commerciële ruimten, inclusief ondergeschikte horeca en appartementen. Het verzoek betrof het schorsen van de vergunning tot zes weken na de beslissing op het ingestelde beroep.
De voorzieningenrechter overwoog dat de horeca binnen de supermarkt als ondergeschikt kan worden beschouwd, mede doordat deze niet buiten de openingstijden van de supermarkt toegankelijk is. Verzoeker had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de horeca zelfstandig bezoekers zou trekken of in de praktijk zou uitbreiden. Ook de vrees voor extra verkeers- en parkeeroverlast was niet onderbouwd, aangezien de ruimtelijke onderbouwing voldeed aan de CROW-normen.
Daarnaast werd de overschrijding van de maximale bouwhoogte als gering beoordeeld en de mogelijke vermindering van lichttoetreding in de tuin van verzoeker als acceptabel geacht. De aanleg van een tweede laaddock werd niet als verkeersprobleem aangemerkt. Gezien deze overwegingen achtte de voorzieningenrechter het niet waarschijnlijk dat het bestreden besluit in de bodemprocedure zou worden vernietigd, waarna het verzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen.