Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
[slachtoffer]door een schotverwonding een gaatje in de darm en bloeding in de buik heeft. Ook is er sprake van zenuwletsel met gevoelsstoornis door de kogel. [6]
op 14 juni 2018 in de gemeente Venlo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, met een pistool een kogel in de buik van deze [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
op 14 juni 2018 in de gemeente Venlo een wapen van categorie III onder I, te weten een pistool, voorhanden heeft gehad;
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De straf en/of de maatregel
8.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.De wettelijke voorschriften
10.De vordering tot tenuitvoerlegging
11.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte voor de feiten 1 primair en 2 tot een gevangenisstraf van 6 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe, en veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [slachtoffer] , te betalen een bedrag van € 11.322,29 (bestaande uit € 1.322,29 materiële schade en € 10.000,00 immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 14 juni 2018 tot de dag der algehele voldoening;
- verklaart het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil;
- veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;
- legt aan verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer] , van € 11.322,29, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 14 juni 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 91 dagen, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- wijst de vordering toe;
- gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige kamer van rechtbank Oost-Brabant op 29 april 2016 (resterende) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 3 maanden.
hij op of omstreeks 14 juni 2018 in de gemeente Venlo
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
[slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven,
met een pistool, in elk geval met een vuurwapen een kogel in de buik
van deze [slachtoffer] heeft geschoten,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 287 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art
47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
mocht of zou kunnen leiden:
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten zenuwletsel
met gevoelsstoornis, heeft toegebracht, door met een pistool, in elk
geval met een vuurwapen een kogel in de buik van deze [slachtoffer] te
schieten;
( art 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van
Strafrecht )
hij op of omstreeks 14 juni 2018 in de gemeente Venlo een wapen van
categorie III onder I, te weten een pistool, voorhanden heeft gehad;
De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden,
voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven,
geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
( art 26 lid 1 Wet Pro wapens en munitie )