Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
MANON VAN BEZOUW,
Rechtbank Limburg
Op 16 augustus 2021 is een verzoekschrift ingediend door de vereffenaars van de nalatenschap van de erflater, die op een eerder moment was overleden. De verzoekers vragen onder meer om vaststelling van hun loon en de vereffeningskosten, alsmede om opheffing van de vereffening van de nalatenschap.
De kantonrechter stelt vast dat de nalatenschap is voltooid en dat de vereffeningskosten hoger zijn dan de activa, hetgeen een grond is voor opheffing van de vereffening. Het loon van de vereffenaars wordt vastgesteld op €6.636,96 inclusief btw, conform het Recofa-tarief, inclusief twee uur voor de afwikkeling. De vereffeningskosten worden vastgesteld op €7.275,51, bestaande uit het loon en reeds betaalde kosten.
Een post van 4% kantoorkosten over het salaris van €265,48 wordt afgewezen omdat deze niet is gespecificeerd noch met bescheiden onderbouwd. De kantonrechter beveelt de opheffing van de vereffening en gelast de bekendmaking hiervan in de kosteloze digitale Staatscourant. Het griffierecht wordt niet geheven en er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.
Uitkomst: De vereffening van de nalatenschap wordt opgeheven en het loon en de kosten van de vereffening worden vastgesteld op respectievelijk €6.636,96 inclusief btw en €7.275,51.