ECLI:NL:RBLIM:2021:8298

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
3 november 2021
Publicatiedatum
5 november 2021
Zaaknummer
8942295 CV EXPL 20-6518
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbinding huurovereenkomst na faillissement en schorsing geldvorderingen

De stichting Woningstichting Heemwonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst met de failliete huurder en betaling van achterstallige huur, gebruiksvergoeding, incassokosten en rente van de curator. De huurovereenkomst was gesloten in 2017 en de huurder was in 2018 onder schuldsanering gekomen, later failliet verklaard.

De curator heeft de huurovereenkomst opgezegd en de woning is inmiddels verlaten en ontruimd. Heemwonen heeft haar eis tot ontbinding gehandhaafd, maar de kantonrechter oordeelt dat ontbinding niet met terugwerkende kracht kan plaatsvinden en de huurovereenkomst reeds door opzegging is beëindigd. Hierdoor ontbreekt belang bij ontbinding en wordt die vordering afgewezen.

De procedure met betrekking tot de geldvorderingen (achterstallige huur, gebruiksvergoeding, incassokosten en rente) blijft geschorst in afwachting van verdere verificatie. De kantonrechter bevestigt de schorsing en wijst de ontbindingsvordering af. Het vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers.

Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen en de procedure omtrent geldvorderingen wordt geschorst.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 8942295 CV EXPL 20-6518
Vonnis van de kantonrechter van 3 november 2021
in de zaak van
de stichting
WONINGSTICHTING HEEMWONEN,
gevestigd te Kerkrade,
eisende partij,
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde], in hoedanigheid van curator in het faillissement van de heer
[failliet],
kantoor houdend te [vestigingsplaats 1] ,
gedaagde partij,
procederend in persoon.
Partijen zullen hierna Heemwonen en de curator worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding
  • de conclusie van antwoord
  • de rolbeslissing van 19 mei 2021
  • het exploot van oproeping van 2 juni 2021
  • de conclusie van repliek tevens akte vermindering van eis
  • de conclusie van dupliek (de brief van 28 juli 2021)
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 29 augustus 2015 is bewind ingesteld over de (toekomstige goederen) van [failliet] (hierna [failliet] ), wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden, met benoeming van [bewindvoerder] , h.o.d.n. [handelsnaam] te [vestigingsplaats 2] (hierna [bewindvoerder] ) tot bewindvoerder.
2.2.
Op 13 september 2017 zijn Heemwonen en [failliet] een huurovereenkomst aangegaan, waarbij Heemwonen aan [failliet] de woning aan de [adres] te [woonplaats] heeft verhuurd tegen een huurprijs van € 406,94 per maand.
2.3.
Bij beslissing van 4 december 2018 van de rechtbank alhier is ten aanzien van [failliet] de schuldsaneringsregeling (WSNP) van toepassing verklaard onder gelijktijdige benoeming van [gedaagde] tot bewindvoerder.
2.4.
Op 18 december 2020 heeft Heemwonen [bewindvoerder] in de hoedanigheid van bewindvoerder van [failliet] in rechte betrokken en gevorderd dat door de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
wordt ontbonden de in deze dagvaarding omschreven huurovereenkomst;
gedaagde q.q. partij wordt veroordeeld om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis en bevel om aan de inhoud daarvan te voldoen, het gehuurde met al degenen die en al datgene dat zich daarin van de zijde van de gedaagde q.q. partij mocht(en) bevinden, te verlaten en te ontruimen, de sleutels daarvan aan de eisende partij af te geven en het gehuurde geheel ontruimd ter beschikking van de eisende partij te stellen en te laten;
gedaagde q.q. partij wordt veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen de somma van € 2.552,82 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening, alsmede een bedrag van € 406,94 als gebruiksvergoeding voor elke maand of gedeelte van een maand vanaf 1 januari 2021 zolang gedaagde q.q. partij het gehuurde niet heeft ontruimd en ter vrije beschikking van eisende partij heeft gesteld;
gedaagde q.q. partij te veroordelen in de buitengerechtelijke incassokosten ad
€ 144,57;
gedaagde q.q. partij te veroordelen in de (na)kosten van het geding.
2.5.
[bewindvoerder] heeft op 24 februari 2021 geantwoord. De huurachterstand is daarbij geheel erkend.
2.6.
Bij beslissing van 8 april 2021 van de rechtbank alhier is de
schuldsaneringsregeling omgezet naar een faillissement.
2.7.
Bij rolbeslissing van 19 mei 2021 heeft de kantonrechter deswege:
de procedure ten aanzien van het gevorderde
onder 1 en 2geschorst, ten einde Heemwonen in de gelegenheid te stellen de curator tot overneming van het geding op te (doen) roepen,
de procedure voor wat betreft het gevorderde
onder 3, 4 en 5geschorst ex art. 29 Fw Pro, om alleen dan te worden voortgezet als de vorderingen ter verificatie worden betwist.
2.8.
Bij exploot van 2 juni 2021 heeft Heemwonen de curator opgeroepen. De curator is vervolgens in de procedure verschenen.
2.9.
De curator heeft de huurovereenkomst opgezegd tegen 18 juni 2021. [failliet] heeft de woning verlaten. Op 5 juli 2021 zijn de sleutels bij Heemwonen ingeleverd.
2.10.
Heemwonen heeft hierop bij conclusie van repliek haar eis verminderd (zie hierna). Voormelde vordering onder 2. is uitdrukkelijk niet langer gehandhaafd.

3.Het geschil

3.1.
Heemwonen vordert, samengevat en na vermindering van eis, de veroordeling van de curator tot het betalen van de (hiervoor reeds genoemde) huurachterstand, maandelijkse gebruiksvergoeding tot aan einde huurovereenkomst, buitengerechtelijke incassokosten, proceskosten en wettelijke rente vanaf datum dagvaarding tot de algehele betaling.
3.2.
De curator refereert zich.

4.De beoordeling

gevorderde onder 1
4.1.
Heemwonen heeft de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst door de kantonrechter wegens het niet nakomen van de betalingsverplichting (impliciet) gehandhaafd. Een dergelijke ontbinding kan niet met terugwerkende kracht maar eerst met ingang van datum vonnis. De onderhavige huurovereenkomst is reeds door opzegging beëindigd. Heemwonen heeft geen belang gesteld bij het niettemin handhaven van deze vordering. De vordering zal zodoende worden afgewezen wegens het ontbreken van belang.
gevorderde onder 3, 4 en 5
4.2.
Heemwonen heeft de vorderingen onder 3, 4 en 5 gehandhaafd. Ten aanzien van die vorderingen is, en blijft, de procedure geschorst in afwachting van de vraag of de procedure ten aanzien van deze vorderingen moet worden voortgezet. Deze vorderingen staan hier thans dan ook niet ter beoordeling.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst af de vordering die betrekking heeft op een ontbinding van de huurovereenkomst door de kantonrechter,
5.2.
bevestigt de rolbeslissing van 19 mei 2021 inhoudende dat het geding ten aanzien van de vorderingen onder 3, 4 en 5 (geldvorderingen) van rechtswege is geschorst.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken.
NIv