Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
- dagvaarding € 105,09
- griffierecht € 124,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
VGZ vordert betaling van een deel van onbetaalde zorgverzekeringspremies en bijkomende kosten van [gedaagde], die een zorgverzekering bij VGZ heeft afgesloten. De oorspronkelijke vordering bedroeg €1.284,76, maar VGZ beperkt deze tot €500 aan hoofdsom. [gedaagde] betwist de vordering deels en stelt dat zij niet kan achterhalen welke premies onbetaald zijn vanwege de kosten verbonden aan het opvragen van bankafschriften.
De rechtbank overweegt dat VGZ meerdere brieven en aanmaningen heeft gestuurd naar het adres van [gedaagde], welke zij niet heeft betwist, waardoor van stilzitten geen sprake is. Ook is vastgesteld dat [gedaagde] in januari 2020 contact opnam om de vordering te betwisten, maar geen nadere onderbouwing gaf. De kosten voor het opvragen van bankafschriften zijn voor rekening van [gedaagde].
De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot betaling van €500 aan hoofdsom plus wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. De gevorderde rente en buitengerechtelijke kosten boven dit bedrag worden niet toegewezen vanwege de beperking van de hoofdsom. Tevens wordt [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van €500 aan VGZ plus wettelijke rente en proceskosten.