Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 501,08
- dagvaarding € 108,22
- griffierecht € 126,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
Woonpunt vordert betaling van een huurachterstand en buitengerechtelijke incassokosten van [gedaagde partij], die de huurwoning huurt tegen €655,73 per maand. Er was een betalingsachterstand ontstaan, waarop een betalingsregeling werd getroffen. De huurder betwist dat zij nog een schuld heeft en stelt dat zij zelfs te veel heeft betaald.
De rechtbank oordeelt dat Woonpunt de essentiële feiten voldoende heeft toegelicht in de dagvaarding en de conclusie van repliek, en dat het niet-ontvankelijkheidsverweer faalt. Uit de stukken blijkt dat de huurder de betalingsregeling niet volledig is nagekomen en dat de huurachterstand op de datum van dagvaarding nog bestond. Betalingen die de huurder noemt, zijn deels eerder gedaan en reeds verrekend.
De buitengerechtelijke kosten zijn volgens het toepasselijke Besluit incassokosten terecht gevorderd. Na verrekening van betalingen voor en na dagvaarding resteert een bedrag van €310,82 plus wettelijke rente vanaf 12 februari 2021. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag en de proceskosten van €384,22. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van €310,82 met wettelijke rente en proceskosten.