Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
€ 119,73
- dagvaarding € 108,22
- griffierecht € 126,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
VGZ vordert betaling van onbetaalde zorgverzekeringspremies van [gedaagde] over de periode oktober tot december 2020, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. [gedaagde] voert verweer dat zij nooit post heeft ontvangen en dat zij destijds onder bewind stond. De rechtbank stelt vast dat de bewindvoerder de facturen niet heeft betaald, waardoor nieuwe schulden zijn ontstaan, maar dat dit niet aan VGZ kan worden tegengeworpen.
De rechtbank oordeelt dat de vordering van VGZ, inclusief rente, toewijsbaar is, maar wijst de buitengerechtelijke incassokosten af omdat VGZ onvoldoende bewijs levert dat de aanmaningsbrief is ontvangen. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van €178,40 plus wettelijke rente vanaf 11 maart 2021 en in de proceskosten.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen. De rechtbank houdt rekening met eventuele betalingsregelingen die tussen partijen zijn getroffen na het vonnis.
Uitkomst: De vordering tot betaling van €178,40 plus wettelijke rente wordt toegewezen, buitengerechtelijke kosten worden afgewezen.