Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie
2.228,00(2,0 punten × tarief € 1.114,00)
1.114,00(2,0 punten × factor 0,5 × tarief € 1.114,00)
Rechtbank Limburg
Partijen sloten op 27 januari 2020 een overeenkomst van opdracht waarbij Stafford & Shepherd managementdiensten zou verrichten voor Kalle en Bakker en haar dochtermaatschappijen. De overeenkomst voorzag in een vaste jaarlijkse vergoeding en een prestatieafhankelijke succesfee. Kalle en Bakker zegde de overeenkomst per e-mail op 30 maart 2020 met een opzegtermijn van zes maanden, maar beëindigde de overeenkomst vervolgens per direct op 7 mei 2020 wegens vermeende tekortkomingen van Stafford & Shepherd.
Stafford & Shepherd vorderde betaling van de vergoedingen over de resterende looptijd en een schadevergoeding wegens het niet kunnen realiseren van de succesfee. Kalle en Bakker stelde dat zij recht had op terugbetaling van reeds betaalde fees en voerde verweer tegen de vorderingen.
De rechtbank oordeelde dat Stafford & Shepherd slechts een inspanningsverplichting had en dat onvoldoende was gesteld dat zij tekort was geschoten in de nakoming. De onmiddellijke beëindiging door Kalle en Bakker was daarom onrechtmatig. De overeengekomen vergoeding tot eind september 2020 moest worden betaald, maar de vordering tot succesfee werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De vordering tot terugbetaling werd eveneens afgewezen omdat de betalingen niet onverschuldigd waren.
De rechtbank wees de buitengerechtelijke incassokosten af wegens onvoldoende bewijs van extra werkzaamheden en veroordeelde Kalle en Bakker in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken op 10 november 2021 door mr. G.J. Krens.
Uitkomst: Kalle en Bakker is veroordeeld tot betaling van €57.500 exclusief btw aan Stafford & Shepherd wegens onrechtmatige onmiddellijke beëindiging van de overeenkomst.