Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verdere procesverloop
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, voor wie een tolk aanwezig was;
- een vertegenwoordigster van de raad;
Rechtbank Limburg
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen vanwege ernstige ontwikkelingsbedreigingen en een zorgelijke thuissituatie. De moeder ontkent problemen en toont onvoldoende probleeminzicht, terwijl de vader wisselend meewerkt en vermoedelijk psychische problematiek heeft. De kinderen vertonen afglijdend gedrag en problemen op school.
De gezinsvoogdij en de GI constateerden dat de huidige hulpverlening onvoldoende effect heeft en stelden een intensievere systemische aanpak via Koraal voor. De GI acht het belangrijk om het gezin het voordeel van de twijfel te geven en wil met deze hulpverlening verbetering bereiken zonder directe uithuisplaatsing.
De kinderrechter overweegt dat een uithuisplaatsing een zware inbreuk op het recht op gezinsleven is en dat er momenteel geen geschikte plaats beschikbaar is, vooral voor de oudste minderjarige. De kinderen en ouders staan open voor hulp en er is vertrouwen in de inzet van Koraal. Daarom wordt het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing afgewezen, met de waarschuwing dat bij uitblijven van verbetering alsnog een verzoek kan worden ingediend.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarigen wordt afgewezen vanwege inzet van directe hulpverlening en het belang van stabiliteit.