ECLI:NL:RBLIM:2021:8500
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing wraking rechter en wraking voorzitter wrakingskamer afgewezen
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter en later ook tegen de voorzitter van de wrakingskamer in een civiele procedure. Het verzoek betrof vermeende partijdigheid en belemmering door vertraging in de procedure.
De wrakingskamer oordeelde dat vertraging in de procedure, hoe onwenselijk ook, geen geldige grond is voor wraking. Daarnaast geldt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden objectief aantonen dat er sprake is van partijdigheid of dat een vrees daarvoor gerechtvaardigd is.
De wrakingskamer stelde vast dat het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond was, omdat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen niet toestaat dat een wrakingsverzoek wordt gebruikt als verkapt rechtsmiddel tegen procesbeslissingen. De motivering van de beslissingen van de rechter was niet zodanig dat deze als blijk van vooringenomenheid kon worden beschouwd.
Daarom werd het verzoek tot wraking van zowel de rechter als de voorzitter van de wrakingskamer ongegrond verklaard. De beschikking werd op 8 oktober 2021 door de wrakingskamer te Roermond in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter en de voorzitter van de wrakingskamer is afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid.