ECLI:NL:RBLIM:2021:8501
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring van wrakingsverzoeken tegen rolrechter in civiele zaken
Verzoeker diende op 30 augustus 2021 vier wrakingsverzoeken in tegen de rolrechter in vier civiele zaken waarin Stichting Achmea Rechtsbijstand partij was. De verzoeken waren gebaseerd op vermeende schending van hoor en wederhoor en onvoldoende informatie over de procedure en de behandelende rechter.
De wrakingskamer oordeelt dat wraking niet kan worden gebruikt als verkapt rechtsmiddel tegen (tussen)beslissingen van de rechter. De rolrechter handelde binnen zijn bevoegdheid door administratieve en procedurele stappen te nemen, waaronder het zuiveren van verstek op grond van artikel 142 Rv Pro. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden die wijzen op vooringenomenheid.
Daarnaast verklaart de wrakingskamer de wrakingsverzoeken ongegrond en past zij de misbruikbepaling toe, waardoor nieuwe wrakingsverzoeken in deze zaken niet in behandeling worden genomen. De beslissing is op 8 oktober 2021 uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Limburg.
Uitkomst: De wrakingskamer verklaart de wrakingsverzoeken ongegrond en wijst toekomstige verzoeken af wegens misbruik van recht.