ECLI:NL:RBLIM:2021:8502
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wraking van rechters afgewezen wegens ontbreken schijn van partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de rechtbank Limburg vanwege vermeend ongerechtvaardigd oponthoud in de behandeling van zijn zaak. De rechters berustten niet in de wraking en gaven een gezamenlijke schriftelijke reactie.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op grond van artikel 36 Rv Pro en het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg. Hoewel er sprake was van vertraging door miscommunicatie over de wijze van behandeling en door niet gelijktijdige verloven van de rechters, concludeerde de kamer dat deze vertraging geen objectieve of subjectieve schijn van partijdigheid oplevert.
De kamer overwoog dat enkel vertraging in de eindbeslissing onvoldoende is als grond voor wraking. Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2021 door de wrakingskamer bestaande uit drie rechters, bijgestaan door een griffier.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een schijn van partijdigheid.