ECLI:NL:RBLIM:2021:8502

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
1 oktober 2021
Publicatiedatum
12 november 2021
Zaaknummer
C/03/296790 /HARK 21-310
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArtikel 4 lid 2 onder a wrakingsprotocol rechtbank Limburg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wraking van rechters afgewezen wegens ontbreken schijn van partijdigheid

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de rechtbank Limburg vanwege vermeend ongerechtvaardigd oponthoud in de behandeling van zijn zaak. De rechters berustten niet in de wraking en gaven een gezamenlijke schriftelijke reactie.

De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op grond van artikel 36 Rv Pro en het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg. Hoewel er sprake was van vertraging door miscommunicatie over de wijze van behandeling en door niet gelijktijdige verloven van de rechters, concludeerde de kamer dat deze vertraging geen objectieve of subjectieve schijn van partijdigheid oplevert.

De kamer overwoog dat enkel vertraging in de eindbeslissing onvoldoende is als grond voor wraking. Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.

De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2021 door de wrakingskamer bestaande uit drie rechters, bijgestaan door een griffier.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een schijn van partijdigheid.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/03/296790 /HARK 21-310
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
dat strekt tot wraking van mr. V.P. van Deventer, mr. M.J.A.G. van Baal en mr. Y.J.C.A. Roeffen, rechters in de rechtbank Limburg, hierna de rechters.

1.De procedure

Op 21 september 2021 heeft verzoeker een verzoek tot wraking ingediend in de zaak met zaaknummer C/03/290920 /HARK 21-175.
De rechters hebben de wrakingskamer op 23 september 2021 bericht dat zij niet in de wraking berusten en niet ter zitting zullen verschijnen. Zij hebben in een gezamenlijke schriftelijke reactie hun zienswijze gegeven.

2.De gronden van het verzoek

Verzoeker stelt in zijn verzoek tot wraking dat er in de behandeling van zijn wrakingsverzoek van mr. Derks-Vonken, hierna de rechter in de bodemzaak, sprake is van ongerechtvaardigd oponthoud nu hij daarin nog geen eindbeslissing heeft ontvangen.

3.De beoordeling

Ingevolge artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Ingevolge artikel 4 lid 2 onder Pro a van het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg kan de wrakingkamer een verzoek zonder behandeling ter zitting direct ongegrond of niet­ ontvankelijk verklaren indien het verzoek kennelijk ongegrond is.
Het verzoek tot wraking van de rechters is naar het oordeel van de wrakingskamer kennelijk ongegrond. Verzoeker voert als wrakingsgrond aan dat er sprake is van ongerechtvaardigd oponthoud. De behandeling van het verzoek tot wraking van de rechter in de bodemzaak
door die wrakingskamer heeft helaas onwenselijke vertraging opgelopen. Aanvankelijk is niet tijdig onderkend dat verzoeker wilde dat de zaak schriftelijk zou worden afgedaan en is nodeloos tijd verloren gegaan door het plannen van een mondelinge behandeling, vervolgens is de behandeling verder vertraagd ten gevolge van de niet gelijktijdig verlopende verloven van de rechters.
Hoe vervelend ook verder voor verzoeker, uit deze vertraging valt noch objectief, noch subjectief een schijn van partijdigheid van de betrokken rechters af te leiden.
De wrakingskamer overweegt dat de enkele omstandigheid dat de eindbeslissing in het verzoek vertraging heeft opgelopen geen grond voor wraking kan zijn.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
verklaart het verzoek ongegrond.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, mr. R.H.J. Otto en mr. W.E. Elzinga, bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen als griffier. In het openbaar uitgesproken op I oktober 2021.