Wonen Wittem verhuurt sinds 2008 een woning aan [gedaagde]. Vanaf februari 2020 ontstond een huurachterstand die opliep tot ruim drieënhalve maand bij dagvaarding en zelfs tot ruim vierenhalve maand bij de mondelinge behandeling. Ondanks betalingsherinneringen, aanmaningen en een betalingsregeling, bleef [gedaagde] de huur niet tijdig betalen.
[gedaagde] voerde aan dat zij later in de maand mocht betalen en verwees naar een afwijkende afspraak, maar kon dit niet onderbouwen. De kantonrechter oordeelde dat de huur bij vooruitbetaling vóór of op de eerste van de maand voldaan moest worden en dat het patroon van te late en niet-nakoming van betalingsverplichtingen ernstig was.
Gezien de langdurige en structurele huurachterstand en het niet nakomen van afspraken, weegt het woonbelang van [gedaagde] niet op tegen het belang van Wonen Wittem. De kantonrechter wees de vordering tot ontbinding en ontruiming toe, veroordeelde [gedaagde] tot betaling van de achterstand met rente, de lopende huur als gebruiksvergoeding na ontbinding, en de buitengerechtelijke incassokosten. Tevens werd [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten.