Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
MANON VAN BEZOUW,
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde een verzoek tot vaststelling van het loon van de vereffenaar van een nalatenschap over de periode van 24 juli 2020 tot en met 8 september 2021. Verzoekers vroegen om vaststelling van het loon op €3.308,88 exclusief btw, met een totaal reeds vastgesteld voorschot en aanvullend loon van €19.259,21 inclusief btw.
Uit de processtukken bleek dat de nalatenschap beneficiair was aanvaard en de vereffening inmiddels was voltooid met activa van €28.408,18 exclusief kosten. De kantonrechter corrigeerde een urenspecificatie en stelde het loon vast op €4.014,38 inclusief btw. Het verzoek tot vaststelling van het totale loon werd afgewezen omdat reeds een voorschot was vastgesteld en het aanvullende bedrag werd aangepast.
Verder oordeelde de kantonrechter dat de in rekening gebrachte kantoorkosten geen looncomponent vormen en niet onder het Recofa-uurtarief vallen, aangezien de bepalingen van de Recofa-richtlijnen enkel op faillissementen van toepassing zijn en niet op erfrecht. Daarnaast werden de vereffeningskosten verhoogd met tweemaal €79,00 wegens ten onrechte geheven griffierechten. Verzoekers werden opgedragen binnen twee maanden een aangepaste uitdelingslijst ter griffie neer te leggen om de afwikkeling van de nalatenschap te bewaken.
Uitkomst: Het loon van de vereffenaar wordt vastgesteld op €4.014,38 inclusief btw en het aanvullende verzoek wordt afgewezen.