ECLI:NL:RBLIM:2021:8644

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
28 oktober 2021
Publicatiedatum
17 november 2021
Zaaknummer
9236297 OV VERZ 21-23
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EG) nr. 861/2007Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis tot betaling wettelijke rente, incassokosten en proceskosten na niet-betaling overeenkomst van opdracht

Kerkhoffs Advocaten B.V. heeft een vordering ingesteld tegen verweerder wegens niet-betaling van een hoofdsom voortvloeiend uit een overeenkomst van opdracht. Nadat verweerder niet binnen de gestelde termijn verweer had gevoerd, werd verstek verleend.

De kantonrechter heeft het bestaan van de vordering en het verzuim van verweerder vastgesteld aan de hand van de ingediende stukken. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn getoetst aan het toepasselijke Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten en geacht redelijk te zijn.

Verweerder is veroordeeld tot betaling van de resterende wettelijke rente, incassokosten en proceskosten. Tevens is de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitkomst: Verweerder wordt bij verstek veroordeeld tot betaling van wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht / Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer 9236297 \ OV VERZ 21-23
Beschikking van 28 oktober 2021
op een verzoek van
KERKHOFFS ADVOCATEN B.V.,
gevestigd te 6221 BG Maastricht, Wilhelminasingel 77,
verzoekster,
gemachtigde mr. J.H.P. Hardy,
met betrekking tot
[verweerder],
wonend te [woonplaats] , [adres] ,
verweerder,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna Kerkhoffs en [verweerder] genoemd worden.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kantonrechter heeft kennisgenomen van het door Kerkhoffs ingevulde standaard vorderingsformulier A als bedoeld in bijlage I van Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (hierna: de Verordening) en de daarbij gevoegde stukken ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 25 mei 2021.
1.2.
Bij aangetekend schrijven dat op 26 mei 2021 bij [verweerder] is bezorgd is [verweerder] door de Rechtbank Limburg uitgenodigd om middels antwoordformulier C op het vorderingsformulier te reageren hetgeen [verweerder] niet binnen de daarvoor geldende termijn van dertig dagen heeft gedaan. Vervolgens is tegen [verweerder] verstek verleend.
1.3.
Op 29 juni 2021 is een akte houdende producties en een eiswijziging van Kerkhoffs ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
1.4.
Daarna is beschikking bepaald, waarvan de uitspraak is gesteld op heden.

2.De vordering

2.1.
Kerkhoffs vordert na vermindering van eis veroordeling van [verweerder] tot betaling van € 17,87 aan wettelijke rente, € 284,61 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 694,00 aan proceskosten en verzoekt een bewijs van waarmerking van de beslissing.
2.2.
Kerkhoffs stelt daartoe dat de hoofdvordering betrekking heeft op een tussen haar en [verweerder] op gesloten overeenkomst van opdracht. Voor de door haar ter zake verrichte werkzaamheden dient [verweerder] haar de hoofdsom van € 1.897,38 te betalen. Ondanks sommaties en een schriftelijke ingebrekestelling op 26 april 2021 heeft [verweerder] voormelde hoofdsom aanvankelijk niet betaald. [verweerder] heeft, nadat Kerkhoffs op 21 mei 2021 het vorderingsformulier A bij deze rechtbank had ingediend, op 31 mei 2021 een bedrag van € 1.903,92 betaald. Voormeld bedrag bestaat uit voormelde hoofdsom en een deel aan vervallen wettelijke rente. [verweerder] heeft de restantvordering als vermeld in 2.1. onbetaald gelaten.
2.3.
[verweerder] heeft niet binnen de daarvoor geldende termijn verweer gevoerd.

3.De beoordeling

3.1.
Kerkhoffs heeft het bestaan van de vordering en verzuim van [verweerder] gemotiveerd onderbouwd en met bescheiden gestaafd. Ter zake de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten heeft de kantonrechter vastgesteld dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Gelet op het vorenvermelde ligt de door [verweerder] onweersproken gelaten (restant)vordering voor toewijzing gereed nu deze de kantonrechter onrechtmatig noch ongegrond voorkomt. De door Kerkhoffs gevorderde waarmerking van deze beslissing zal eveneens worden toegewezen.
3.2.
[verweerder] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Kerkhoffs tot aan deze uitspraak gerezen en begroot op € 507,00 aan griffierecht en € 187,00 aan salaris gemachtigde. De gevorderde nakosten (bijlage 1 bij het vorderingsformulier A) zullen worden toegewezen als nader in het dictum is bepaald.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [verweerder] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Kerkhoffs te betalen € 17,87 aan wettelijke rente en € 284,61 aan buitengerechtelijke incassokosten,
4.2.
veroordeelt [verweerder] tot betaling van de tot aan deze uitspraak aan de zijde van Kerkhoffs gerezen proceskosten van € 694,00,
4.3.
veroordeelt [verweerder] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen twee weken na aanschrijving door Kerkhoffs volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 93,50 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,
4.4.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, kantonrechter en is in het openbaar in de aanwezigheid van de griffier uitgesproken.
YT