Eisers hebben vier personenauto’s overeenkomstig een afspraak gestald in garageboxen van gedaagde achter diens woning. Zij vorderen in kort geding dat gedaagde deze auto’s binnen twee maal 24 uur na betekening van het vonnis onvoorwaardelijk en onbeschadigd ter beschikking stelt en verbiedt de voertuigen onbeheerd buiten de garage te stallen.
Gedaagde erkent dat eisers eigenaar zijn, maar beroept zich op een retentierecht wegens niet betaalde stallings- en transportkosten. Dit verweer is niet onderbouwd en kan in kort geding niet worden bewezen, zodat de voorzieningenrechter dit niet meeneemt in de beoordeling.
De voorzieningenrechter wijst de vordering toe en bepaalt een termijn van 48 uur na acht dagen na het vonnis voor teruggave. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van €100 per dag met een maximum van €100.000 bij niet-naleving. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van €1.804,38. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.