ECLI:NL:RBLIM:2021:8794
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs voor handel en bezit van heroïne en cocaïne en deelname criminele organisatie
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het verhandelen, bezitten en uitvoeren van heroïne en cocaïne, alsmede deelname aan een criminele organisatie. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 14 en 15 oktober 2021, met uitspraak op 23 november 2021.
De officier van justitie stelde dat verdachte samen met anderen deel uitmaakte van een criminele organisatie die op grote schaal drugs verhandelde in de grensregio. Er werden telefoons, woningen en voertuigen in verband gebracht met de handel, en er was sprake van samenwerking binnen de organisatie. Verdachte werd gezien in dealauto’s en verbleef in woningen waar drugs en een vuurwapen werden aangetroffen.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen concrete betrokkenheid had bij de handel of het bezit van verdovende middelen, dat hij niet de huurder was van de woning waar drugs werden gevonden en dat er geen bewijs was voor deelname aan de organisatie. De rechtbank oordeelde dat ondanks belastende omstandigheden er onvoldoende bewijs was voor betrokkenheid van verdachte bij de handel en het bezit van drugs, noch voor deelname aan de criminele organisatie. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij handel, bezit en deelname aan een criminele organisatie.