Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- een zakje met 9 brokjes met een bruto gewicht van 24,8 gram;
- een zakje met 1 brokje met een brute gewicht van 1,8 gram;
- een zakje met 10 brokjes met een bruto gewicht van 12,9 gram;
- een bolletje met een bruto gewicht van 1,2 gram;
- een bolletje met een bruto gewicht van 1 gram.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De vorderingen na voorwaardelijke veroordeling
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het onder 1, 2 en 4 tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat onder 1, 2 en 4 meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van
- stelt naast de algemene voorwaarde dat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt, als bijzondere voorwaarde, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
- veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 10.000,-;
- beveelt dat, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal volgt, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 85 dagen;
beveelt de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis;
- gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam d.d. 29 augustus 2017, gewezen onder parketnummer 10/073919-17, te weten: een gevangenisstraf van 2 maanden;
- gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam d.d. 25 januari 2019, gewezen onder parketnummer 10/204948-18, te weten: een gevangenisstraf van 3 maanden;