Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verdere verloop van de procedure
19 september 2021 ex artikel 383 lid 8 Fw Pro strekkende tot afwijzing van de homologatie van een onderhands akkoord en tot afwijzing van het verzoek tot verlening van toestemming voor de opzegging van een overeenkomst in de zin van artikel 373 lid 1 Fw Pro,
20 september 2021.
2.De verzoeken
Naast de drie klassen van schuldeisers, is er een vierde klasse bestaande uit de aandeelhouder van [verzoekster] , zijnde Office Depot Europe B.V. (‘ODE’). Onder het akkoord verplicht ODE zich om de aandelen in [verzoekster] over te dragen aan haar moedermaatschappij, Office Depot Dachben Holding B.V. (‘Dachben’). Dachben stelt daartegenover ten behoeve van het akkoord een financiering van € 2.200.000,00 ter beschikking, te vermeerderen met een aanvullende financiering indien (naar de rechtbank begrijpt) de vordering van Aspen wordt vastgesteld op een hoger bedrag dan waartoe zij thans tot de stemming is toegelaten.
3.De beoordeling
(8 september 2021). Aspen voert aan dat het akkoord een uitgebreide toelichting met veel financiële bijlagen bevat, wat het voor haar niet mogelijk zou hebben gemaakt om een en ander binnen de termijn van acht dagen te doorgronden. Aspen wijst er in dat kader op dat er niet eerder een concept akkoord is voorgelegd en het voorgelegde akkoord niet is voorzien van een Engelse vertaling.
ten opzichte van de schuldenaargoed te kunnen duiden, blijft daarmee temeer onduidelijk op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat [verzoekster] tekort is geschoten in haar informatieverplichting. De slotsom is dat derhalve niet is gebleken of aannemelijk geworden dat er in het kader van het akkoord onvoldoende informatie is verstrekt over de Spear-transactie.
by a cancellation by the receiver in bankruptcy in case of bankruptcy, or by the Lessee and the administrator in case of suspension of payments granted to the Lessee’). Aspen voert aan dat, omdat zij zich bij faillissement op de garantie kan beroepen, haar positie bij verhaal op het vermogen van [verzoekster] dusdanig anders is dan die van de andere concurrente crediteuren, dat van een vergelijkbare positie geen sprake is. De garantie is in feite een soort bijzonder zekerheidsrecht, aldus Aspen.
vereffening van het vermogen van de schuldenaarin of buiten akkoord. De mogelijke aanspraak van Aspen op de garant betreft niet het vermogen van de schuldenaar. Het bestaan van de garantie maakt derhalve niet dat [verzoekster] gehouden was Aspen om die reden in te delen in een andere (eigen) klasse.