Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 1:tussen 1 januari 2015 en 31 december 2016 diverse geldbedragen heeft
- feit 2:dezelfde geldbedragen heeft witgewassen tussen 1 januari 2017 en 15 mei 2018;
- feit 3:een “onderlinge overeenkomst van geldlening” valselijk heeft opgemaakt dan wel gebruik heeft gemaakt van die valse overeenkomst.
3.De beoordeling van het bewijs
€ 168,55 aangetroffen en een spaarpot in de vorm van een Engelse telefooncel met daarin
onder 2.ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat verdachte:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
onder 2.bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het onder 2. tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor feit 2 tot een
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen.