Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
- feit 1:tussen 1 januari 2017 en 31 oktober 2018 15.425 euro heeft witgewassen;
- feit 2:een geldleenovereenkomst valselijk heeft opgemaakt.
3.De beoordeling van het bewijs
- het uitlenen van contanten door verdachte niet opmerkelijk is als hij in die vorm geld heeft kunnen sparen uit een verzekeringsuitkering na diefstal van zijn auto in 2009;
- een sterke familieband bestaat tussen verdachte en [medeverdachte 5] , waardoor verdachte zijn geld, bedoeld voor noodgevallen, heeft uitgeleend aan zijn zus en dit boven het betalen van rente voor een bouwhypotheek heeft gesteld;
- voor zover crimineel geld wordt aangenomen, wetenschap bij verdachte en zijn rol als medepleger niet zonder meer vaststaat;
- het feit dat de aangetroffen bedragen niet overeenkomen met het door [medeverdachte 5] gestelde bedrag, ermee te maken kan hebben dat [medeverdachte 5] de bedragen niet goed herinnerde dan wel dat een ander geld heeft weggenomen uit het aan Visser overhandigde totaalbedrag.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
onder 1.bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het onder 1. tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor feit 1 tot een
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen.