Uitspraak
RECHTbANK Limburg
1.Onderzoek van de zaak
2.De vordering van de officier van justitie
3.De beslissing
niet-ontvankelijkin de vordering.
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde op 28 en 29 september 2021 de ontnemingsvordering tegen verdachte, die gelijktijdig plaatsvond met de strafzaak met parketnummer 03/706585-17. Verdachte en zijn raadsman waren telkens aanwezig en hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Op 1 december 2021 wees de rechtbank eerst het vonnis in de strafzaak, waarin verdachte integraal werd vrijgesproken.
Op grond van artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht kan het openbaar ministerie aan een veroordeelde de verplichting opleggen tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Omdat verdachte niet is veroordeeld wegens een strafbaar feit, is het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering.
De rechtbank verklaart het openbaar ministerie dan ook niet-ontvankelijk in de vordering. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Limburg te Roermond op 1 december 2021, in aanwezigheid van de rechters en griffiers.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens de vrijspraak van verdachte.