ECLI:NL:RBLIM:2021:9078

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
3 november 2021
Publicatiedatum
2 december 2021
Zaaknummer
9458424 EZ VERZ 21-217
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:209 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling vereffenaarsloon en opheffing vereffening nalatenschap

De rechtbank Limburg behandelde op 3 november 2021 een verzoek tot vaststelling van het loon van de vereffenaar en tot opheffing van de vereffening van de nalatenschap van de erflater. Verzoeker, benoemd tot vereffenaar bij beschikking van 2 juni 2020, vroeg om vaststelling van het loon en de kosten, alsmede om opheffing van de vereffening en kosteloze publicatie daarvan.

Uit de stukken bleek dat de vereffening was voltooid en dat de vereffeningskosten hoger waren dan de activa van de nalatenschap, hetgeen een grond is voor opheffing. De kantonrechter stelde het salaris van de vereffenaar en zijn kantoorgenoten vast op €11.030,64 inclusief btw, gebaseerd op het Recofa-tarief en een vergoeding voor extra uren. De reeds betaalde kosten werden vastgesteld op €815,22.

De post voor kantoorkosten van 4% over het salaris werd afgewezen omdat deze niet was gespecificeerd of onderbouwd. De kantonrechter gelastte de opheffing van de vereffening bekend te maken in de digitale Staatscourant en wees het meer of anders verzochte af. Er vond geen mondelinge behandeling plaats om proceseconomische redenen.

Uitkomst: Het vereffenaarsloon wordt vastgesteld op €11.030,64 inclusief btw en de vereffening van de nalatenschap wordt opgeheven met afwijzing van niet-gespecificeerde kantoorkosten.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Burgerlijk recht / Kantonrechter
Zaaknr: 9458424 \ EZ VERZ 21-217
Beschikking van 3 november 2021
inzake
[verzoeker] ,
kantoor houdend te [vestigingsplaats] ,
verzoekers, in hun hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van
[erflater] ,
gemachtigde mr. J. van der Wende.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Op 14 september 2021 is een verzoekschrift met bijlagen ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
1.2.
Vervolgens is beschikking bepaald waarvan de uitspraak is gesteld op heden.

2.Het verzoek

2.1.
Verzoeker vraagt:
het loon van de vereffenaar vast te stellen op € 10.871,64 inclusief BTW, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag
de vereffeningskosten vast te stellen op € 12.121,73 bestaande uit € 10.871,64 aan loon en € 1.250,09 aan kosten, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag
de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van de erflater te bevelen
te bevelen dat de opheffing van de vereffening uitsluitend (kosteloos) dient te worden gepubliceerd in de digitale Staatscourant
te bevelen dat het aan de indiening van dit verzoekschrift verbonden griffierecht ten laste komt van de Staat.

3.De beoordeling

3.1.
Uit de processtukken blijkt het volgende:
- op [overlijdensdatum] is te [overlijdensplaats] [erflater] (verder: de erflater), laatstelijk wonende te [woonplaats] , overleden
- bij beschikking van deze rechtbank van 2 juni 2020 is verzoeker tot vereffenaar van de nalatenschap van de erflater benoemd
- de vereffening van de nalatenschap van de erflater is voltooid.
3.2.
Een verzoek tot opheffing van een vereffening kan - onder meer - worden ingewilligd indien de vereffeningskosten hoger zijn dan de activa van de nalatenschap. Daarvan is sprake. Dat betekent dat de verzoeken A t/m D kunnen worden ingewilligd met dien verstande dat de kantonrechter het salaris van verzoeker en zijn kantoorgenoten vanaf
2 juni 2020 tot en met de afwikkeling overeenkomstig het Recofa-tarief, inclusief twee uur voor de afwikkeling, zal vaststellen op € 11.030,64 inclusief btw. Het verschil is gelegen in de vergoeding van de uren van verzoeker in 2020 (1,5 x 1,6 x € 219,-- = € 525,60). De vereffeningskosten (die volgens productie 3 reeds zijn voldaan) zullen worden vastgesteld op € 815,22. De post “Kantoorkosten 4% over salaris” van € 434,87 is niet gespecificeerd noch met bescheiden gestaafd onderbouwd en zal worden afgewezen.
3.3.
Het onder E verzochte behoeft geen verdere beoordeling aangezien er voor het onderwerpelijke verzoekschrift geen griffierecht is geheven. Op verzoek van verzoeker en om proceseconomische redenen heeft geen mondelinge behandeling van het verzoekschrift plaatsgevonden.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van
[erflater] ,
4.2.
stelt het vereffenaarsloon van verzoeker en zijn kantoorgenoten, vanaf
2 juni 2020 tot en met de afwikkeling, inclusief twee uur voor de afwikkeling, vast op
€ 11.030,64 inclusief btw,
4.3.
stelt het totaal aan vereffeningskosten vast op € 11.845,86 bestaande uit € 11.030,64 inclusief btw aan loon en € 815,22 aan (reeds betaalde) kosten,
4.4.
gelast verzoeker, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van voormelde nalatenschap, om de opheffing van deze vereffening bekend te maken in de kosteloze (digitale) Nederlandse Staatscourant,
4.5.
gelast de griffier om deze beschikking in het boedelregister in te schrijven,
4.6.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, kantonrechter, en is in het aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.
YT