Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf en/of de maatregel
8.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 20 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
- geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
Vrijheidsbeperkende maatregel
- legt op de maatregel dat de veroordeelde zich gedurende drie jaren niet binnen een straal van 500 meter van het adres [adresgegevens slachtoffer 3] (het adres van [slachtoffer 3] );
- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van één week voor iedere keer dat niet aan een van de maatregelen wordt voldaan. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichting ingevolge de opgelegde maatregelen niet op;
- beveelt dat de op grond van artikel 38v Sr opgelegde maatregelen dadelijk uitvoerbaar zijn;
Benadeelde partij [slachtoffer 1] en de schadevergoedingsmaatregel
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 5.000,00 aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 1 september 2017 tot aan de dag der gehele voldoening;
- verklaart [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in zijn vordering tot vergoeding van materiële schade en ten aanzien van het meergevorderde aan immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van € 5.000,00 aan immateriële schadevergoeding, bij niet-betaling en verhaal te vervangen door 60 dagen gijzeling, met dien verstande dat deze gijzeling de betalingsverplichting niet opheft, en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 september 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
Benadeelde partij [slachtoffer 6] en de schadevergoedingsmaatregel
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6] van een bedrag van € 2.500,00 aan immateriële schadevergoeding, bij niet-betaling en verhaal te vervangen door 35 dagen gijzeling, met dien verstande dat deze gijzeling de betalingsverplichting niet opheft, en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2019 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
Benadeelde partij [slachtoffer 5]
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding;
- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 5] in de kosten van de verdachte, ter verdediging tegen de vordering gemaakt, tot heden begroot op nihil.
- verklaart de benadeelde partij [naam advocatenkantoor] niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding;
- veroordeelt de benadeelde partij [naam advocatenkantoor] in de kosten van de verdachte, ter verdediging tegen de vordering gemaakt, tot heden begroot op nihil.