ECLI:NL:RBLIM:2021:9312

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
9 december 2021
Publicatiedatum
10 december 2021
Zaaknummer
C/03/298734 / BZ RK 21/2508
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArt. 5:7 WvggzArt. 5:8 lid 1 WvggzArt. 5:17 lid 3 WvggzArt. 5 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot zorgmachtiging wegens ontbreken persoonlijk onderzoek betrokkene

De rechtbank Limburg behandelde op 9 december 2021 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene.

Uit de medische verklaring bleek dat de onafhankelijke psychiater betrokkene niet persoonlijk heeft onderzocht, maar de diagnose baseerde op dossierstudie en telefonisch contact. Betrokkene was niet bereid zich te laten horen tijdens de zitting en werkte niet mee aan het zorgtraject. De rechtbank stelde vast dat hierdoor niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat betrokkene een psychische stoornis heeft die ernstig nadeel veroorzaakt.

De rechtbank oordeelde dat de wettelijke vereisten voor het verlenen van een zorgmachtiging niet waren vervuld, mede gelet op artikel 5 EVRM Pro dat vrijheidsbeneming alleen toestaat bij rechtmatige detentie volgens wettelijke procedures. Het verzoek werd daarom afgewezen. De rechtbank benadrukte dat in een eventueel vervolgtraject een medisch onderzoek noodzakelijk is om een duidelijker beeld van betrokkene te krijgen.

Uitkomst: Het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging wordt afgewezen vanwege het ontbreken van persoonlijk onderzoek van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Familie en jeugd
Zaaknummer: C/03/298734 / BZ RK 21/2508
Afwijzing machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van
9 december 2021van de rechtbank Limburg naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz),
ten aanzien van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonend te [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. C.H.M. Geraedts.

1.Procesverloop

1.1.
Het verzoekschrift is ontvangen ter griffie van deze rechtbank op 16 november 2021.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring d.d. 12 november 2021;
  • het zorgplan d.d. 11 november 2021;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur d.d. 12 november 2021;
  • het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 oktober 2021;
  • het informatierapport Wvggz met politiegegevens;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet Bopz en de Wvggz;
  • een mailwisseling omtrent woonplaats van betrokkene.
1.2.
Vanwege het Coronavirus (COVID-19) en de beperkte mogelijkheden om tijdens een fysieke zitting ter plaatse afstand te houden behandelt de rechtbank urgente zaken zoals deze zaak door middel van telehoren. Dat wil zeggen dat betrokkene, de advocaat en de andere procesdeelnemers via een video/telefoonverbinding worden gehoord, om besmettingsrisico tegen te gaan. Door of namens betrokkene is hiertegen geen bezwaar gemaakt.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 25 november 2021 door middel van telehoren.
De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
  • mr. C.H.M. Geraedts, advocaat van betrokkene;
  • [naam psychiater] , psychiater;
  • [naam arts-assistent] , arts-assistent.
1.4.
De officier van justitie is niet gehoord.
1.5.
De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. De arts-assistent heeft ter zitting toegelicht dat de politie de oproepbrief van de zitting persoonlijk heeft overhandigd aan betrokkene. Hoewel betrokkene dus op de hoogte was van datum en tijdstip van de mondelinge behandeling, is ze niet verschenen. Daarom heeft de mondelinge behandeling in afwezigheid van betrokkene plaatsgevonden.

2.Beoordeling

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
2.2.
In de Wvggz, in het bijzonder artikel 5:8 lid 1 Wvggz Pro in verbinding met artikel 5:17 lid 3 Wvggz Pro en art. 6:4 Wvggz Pro, volgt dat een rechter slechts een zorgmachtiging mag verlenen indien uit een medische verklaring van een psychiater over de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene blijkt dat uit diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis ernstig nadeel voortvloeit. Voor de psychiater die de medische verklaring opstelt, gelden de in artikel 5:7 Wvggz Pro genoemde voorwaarden. Die voorwaarden dienen als waarborg voor een onafhankelijke, onpartijdige en behoorlijke besluitvorming over verplichte zorg.
2.3.
De rechtbank constateert dat uit de medische verklaring is gebleken dat de onafhankelijke psychiater betrokkene niet heeft gesproken. In de medische verklaring staat vermeld dat de psychiater heeft geprobeerd haar te bellen maar dat betrokkene lag te slapen volgens haar vriend. De psychiater stelt verder dat er eerder kortdurend telefonisch contact is geweest vanuit Mondriaan. Betrokkene heeft toen aangegeven niet te willen meewerken en ze wilde geen bemoeienis vanuit Mondriaan.
Er is gepoogd overleg te plegen met Bemoeizorg en stichting Levenskracht, beide betrokken bij betrokkene, maar deze hebben aangegeven niet inhoudelijk mee te willen werken aan het zorgplan in verband met de goede verstandhouding die zij vooralsnog met betrokkene hebben.
2.4.
Volgens de wetsgeschiedenis moet voor de verlening van een zorgmachtiging, de psychische stoornis met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld. Uit de medische verklaring blijkt dat de psychiater betrokkene niet heeft gesproken. Op de vraag van de rechtbank hoe de diagnose is vastgesteld licht de arts-assistent toe dat dit is gebeurd op basis van dossierstudie. Betrokkene is vanaf 2015 bekend binnen de geestelijke gezondheidszorg. Verder licht de arts-assistent toe dat er geen toestandsbeeld uitspringt. De psychiater verklaart dat het een bijzonder moeilijke kwestie is. Er bestaat de mogelijkheid dat na detoxificatie blijkt dat betrokkene niet voldoet aan de criteria van de Wvggz en dan zal ze naar buiten (moeten) gaan omdat er dan geen titel is om in de instelling te verblijven. Op dat moment zijn de zorgen zeer groot omdat het risico op terugval bij GHB zeer groot is waardoor een overdosis dreigt. De opname moet doelmatig zijn en betrokkene zou eigenlijk opgenomen moeten worden in het kader van de Wzd. Maar ook daarvoor is een goede diagnose noodzakelijk die – zolang betrokkene weigert om met de hulpverlening in contact te treden – niet gesteld kan worden. De hulpverlening wil betrokkene redden omdat duidelijk is dat er grote zorgen zijn over deze kwetsbare jonge vrouw. De vraag is of en hoe dat kan.
2.5.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Artikel 5 EVRM Pro bepaalt dat niemand zijn vrijheid mag worden ontnomen, behalve in het geval van (onder andere) rechtmatige detentie van geesteszieken volgens een wettelijk voorgeschreven procedure. Naar het oordeel van de rechtbank is niet voldaan aan de wettelijk voorgeschreven procedure omdat betrokkene niet in persoon is gezien door de onafhankelijk deskundige en dus ook niet de actuele gezondheidstoestand van betrokkene is onderzocht. Daarbij weegt de rechtbank mee dat de psychiater heeft aangegeven dat er is getracht haar te bellen maar dat de vriend aangaf dat ze lag te slapen. Er is eerder kortdurend contact geweest maar betrokkene heeft aangegeven niets met Mondriaan te maken willen hebben en niet te willen meewerken. Daarna zijn geen pogingen meer ondernomen om haar te onderzoeken. Dat nu is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. Betrokkene heeft geen vaste woon- of verblijfplaats maar duidelijk is wel dat de politie haar kan vinden omdat de oproep voor deze zitting door haar in ontvangst is genomen. Onduidelijk is dan ook waarom niet voor deze weg – via de politie – is gekozen om toch met betrokkene het gesprek aan te gaan.
2.6.
Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen. Dat betekent dat de vraag of de voorgestelde zorg voldoet aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit op dit moment niet aan de orde is. Daarover zal in een eventueel vervolgtraject worden besloten.
Gelet op de zorgen die uit het dossier naar voren komen, een verslaafde jonge vrouw met LVB-problematiek, PTSS en een depressie, gaat de rechtbank er van uit dat een poging ondernomen zal worden om een duidelijker beeld van betrokkene te krijgen na medisch onderzoek door een psychiater.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.M.J. van den Acker, voorzitter, mr. M.C.A.E. van Binnebeke en mr. M.T.A.C. Russel, rechters, bijgestaan door I.W.F. Gordijn-Özacar als griffier en uitgesproken op 9 december 2021.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.