ECLI:NL:RBLIM:2021:9387

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
8 december 2021
Publicatiedatum
13 december 2021
Zaaknummer
C/03/296035 / HA ZA 21-450
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 grafakteArt. 1020 RvArt. 1021 RvArt. 1026 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidsincident arbitrage niet exclusief overeengekomen in grafakte

In deze zaak staat een bevoegdheidsincident centraal waarbij Natuurrust Eygelshof B.V. zich onbevoegd verklaard wil zien op grond van een arbitragebeding in een grafakte van 25 november 2019. Dit grafrecht betreft het graf van het kind van eiseres. Natuurrust stelt dat geschillen exclusief via arbitrage moeten worden beslecht, terwijl eiseres betoogt dat de arbitrage niet dwingend is overeengekomen en de overeenkomst te vaag is.

De rechtbank overweegt dat een arbitrageovereenkomst een afstand van het recht op toegang tot de overheidsrechter inhoudt en dat een dergelijke afstand ondubbelzinnig moet zijn. Artikel 7 van Pro de grafakte bepaalt dat geschillen bij wijze van arbitrage kunnen worden voorgelegd, maar bevat geen exclusieve arbitrageclausule. De rechtbank concludeert daarom dat de arbitrage niet exclusief is overeengekomen.

De vordering van Natuurrust om onbevoegdverklaring wordt afgewezen. Natuurrust wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De zaak wordt op 22 december 2021 opnieuw op de rol gezet voor verdere behandeling in de hoofdzaak, met een mondelinge behandeling gepland tussen februari en juni 2022.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot onbevoegdverklaring af omdat de arbitrage niet exclusief is overeengekomen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/296035 / HA ZA 21-450
Vonnis in incident van 8 december 2021
in de zaak van
[eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident],
wonend te [woonplaats] ,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. P.J.H.C. Glenz,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NATUURRUST EYGELSHOF B.V.,
gevestigd en kantoorhoudend te Eygelshoven, gemeente Kerkrade,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. A.J.E. Verschuren.
Partijen zullen hierna [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] en Natuurrust genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties 1 en 2
  • de conclusie van antwoord alsmede de incidentele conclusie houdende exceptie van
  • de incidentele conclusie van antwoord.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.Het geschil

in de hoofdzaak
2.1.
Natuurrust heeft bij akte van 25 november 2019 grafrecht verleend aan [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] (productie 1 bij dagvaarding). Dit grafrecht heeft betrekking op het graf van de [kind] van [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] .
[eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] vordert bij dagvaarding dat de rechtbank bij vonnis zal bevelen dat Natuurrust niet langer met voertuigen gebruik maakt van het pad vóór het graf van de [kind] van [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] en voorts Natuurrust te verbieden om binnen een straal van 25 meter van het betreffende graf voertuigbewegingen van welke straal dan ook uit te voeren. Daarnaast wordt gevorderd om te bepalen dat het [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] is toegestaan om voor opvolgende perioden van drie dagen bloemen op het graf te leggen, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 met een maximum van € 10.000,00 voor iedere keer dat Natuurrust in gebreke is om aan het vonnis te voldoen.
in het incident
2.2.
Natuurrust vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om van de zaak kennis te nemen, nu onder artikel 7 van Pro de in het geding gebrachte grafakte tussen partijen is overeengekomen dat partijen een eventueel geschil voorleggen in de vorm van arbitrage ex art. 1026 Rv Pro.
2.3.
[eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] voert verweer en stelt dat de arbitrage niet dwingend is voorgeschreven, nu er is vermeld dat partijen een eventueel geschil bij wijze van arbitrage
kunnenvoorleggen. Daarnaast stelt zij dat de akte geen rechtsgeldige overeenkomst tot arbitrage bevat omdat het te vaag is opgesteld.

3.3. De beoordeling in het incident

3.1.
Vooropgesteld zij dat partijen kunnen overeenkomen dat geschillen aan arbitrage worden onderworpen (art. 1020 Rv Pro). Een dergelijke overeenkomst tot arbitrage wordt bewezen door een geschrift (art. 1021 Rv Pro). Indien een arbitragebeding is overeengekomen, kan dit leiden tot onbevoegdheid van de overheidsrechter.
3.2.
Tussen partijen staat vast dat op 25 november 2019 een grafakte is gesloten, deze akte is bij dagvaarding overgelegd.
3.3.
Artikel 7 van Pro de grafakte luidt:
“Geschillen
Op deze overeenkomst is het Nederlandse recht van toepassing.
Partijen komen overeen dat een eventueel geschil door partijen kunnen worden voorgelegd bij wijze van arbitrage zoals bedoeld in artikel 1026 en Pro volgende Wetboek van Rechtsvordering aan een scheidsgerecht, bestaande uit drie arbiters.
Ieder van partijen is bevoegd één arbiter te benoemen, de aldus benoemde arbiters benoemen tezamen de derde arbiter.
Indien en voor zover het scheidsgerecht zich onbevoegd verklaart op grond van het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst is de gewone rechter, alsdan de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht bevoegd.
3.4.
Een arbitrageovereenkomst impliceert afstand van het recht op toegang tot het bij de wet ingestelde gerecht. Volgens vaste rechtspraak moet die afstand, evenals de afstand van andere fundamentele rechten,
vrijwillig en ondubbelzinniggeschieden. Alleen ondubbelzinnige aanknopingspunten voor een afstand van toegang tot de overheidsrechter zijn voldoende voor het oordeel dat de wederpartij die afstand mocht begrijpen en verwachten. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit art. 7 van Pro onderhavige grafakte niet dat arbitrage exclusief is overeengekomen, nu is overeengekomen dat partijen een eventueel geschil bij wijze van arbitrage
kunnenvoorleggen.
3.5.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen.
3.6.
Natuurrust zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

4.De beslissing

De rechtbank
in het incident
4.1.
wijst het gevorderde af,
4.2.
veroordeelt Natuurrust in de kosten van het incident, aan de zijde van Natuurrust Eygelshof B.V. tot op heden begroot op € 563,00,
in de hoofdzaak
4.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
22 december 2021voor opgave verhinderdata aan de zijde van beide partijen voor een mondelinge behandeling in de periode 1 februari 2022 tot en met 30 juni 2022.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken. [1]

Voetnoten

1.type: AH