Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] d.d. 15 november 2020, doorgenummerde dossierpagina’s 8 en 9;
- Het proces-verbaal van verhoor van het slachtoffer [slachtoffer 4] , doorgenummerde dossierpagina 12;
- Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 november 2020, doorgenummerde dossierpagina’s 94 t/m 99.
- Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 november 2020, doorgenummerde dossierpagina 51;
- Het geschrift, zijnde een kennisgeving inbeslagneming, doorgenummerde dossierpagina 74;
- Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 november 2020, doorgenummerde dossierpagina 108.
03-017439-20bewezen dat de verdachte
03-291636-20bewezen dat de verdachte
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
24 maanden,
met aftrek van het voorarrest. De rechtbank zal de opheffing bevelen van de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten onder 1 primair, 2 en 3 (03.017439.20) en onder 1 en 2 (03.291636.20) tot een gevangenisstraf van
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis in de zaak onder parketnummer 03.017439.20,
met ingang van heden;
- wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
- wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af;
- veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van
- bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt;
- wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
- wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af;
- veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd Woonwenz, ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van
- bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt;
heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;