Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 december 2021
op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[Naam 1], te [plaatsnaam], verzoeker
[bedrijfsnaam], te [plaatsnaam],
Procesverloop
Overwegingen
- Uitgaande van de kaart die heden, 5 maart 2021, op ruimtelijkeplannen.nl zichtbaar is: tot 1 oktober 2021 mogen de thans gerealiseerde camperplaatsen worden gebruikt aan de linkerzijde (westzijde) van het perceel, met uitzondering van de drie noordelijke camperplaatsen en met dien verstande dat het gaat om 8 camperplaatsen in totaal.
- Het projectgebied van een nog aan te vragen omgevingsvergunning zal liggen aan de oostzijde van het perceel op een afstand van 25 meter gelegen vanaf de buitengevel van de stal op het perceel [adres 2] en evenwijdig aan de perceelsgrens.
- Dat betekent dat ook de losplaats vuil water (vuilwatervoorziening) binnen voornoemd projectgebied komt te vallen vanaf 1 oktober 2021, met uitzondering van het bestaande tuinhuisje waar de elektriciteitsvoorziening is gerealiseerd.
- Beide partijen trekken hun over en weer gedane handhavingsverzoeken in binnen een termijn van twee weken vanaf heden, 5 maart 2021.
- Besproken is dat er in theorie ruimte is voor 22 camperplaatsen op het perceel van verzoekers
- Huisregel op de camperplaats wordt rust na 22 uur.
- Het beroep met zaaknummer AWB 21/80 en de voorliggende voorziening met het zaaknummer 21/74 wordt ingetrokken.”
5 maart 2021 een inspanningsverplichting rust op verweerder. Uit die afspraken volgt immers dat alle betrokken partijen de bedoeling hadden het toen voorliggende geschil te beëindigen doordat verzoeker uiteindelijk tot 22 camperplaatsen zou kunnen realiseren op de oostzijde van zijn perceel. In hoeverre verweerder – gelet op eventuele gewekte verwachtingen – de aanwezigheid van een bolle akker in een vergunningstraject aan verzoeker kan tegenwerpen, ligt voor in dat betreffende vergunningstraject. Het strekt naar het oordeel van de voorzieningenrechter te ver om in de onderhavige procedure een voorlopig oordeel te geven over de voorzienbaarheid op 5 maart 2021 van de bolle akker als obstakel voor het verlenen van een omgevingsvergunning, alsmede de redelijkheid c.q. rechtmatigheid van de tegenwerping daarvan in het kader van het vergunningstraject.
5 maart 2021 gemaakte afspraken geen koppeling is gemaakt tussen het enerzijds verwijderen van de voorliggende camperplaatsen en losplaats vuilwater, en het anderzijds realiseren van camperplaatsen op de oostzijde van het perceel. Anders gezegd, uit het proces-verbaal volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat onvoorwaardelijk is afgesproken dat de voorliggende camperplaatsen mochten worden gehandhaafd tot uiterlijk 1 oktober 2021, ongeacht of er op die datum een omgevingsvergunning zou zijn verleend voor de realisatie van de camperplaatsen op de oostzijde van het perceel.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op