Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
[naam 4]verklaarden als volgt.
[naam 9]kwamen op 30 september 2019 aan bij de camping op de [adres 2] te Herkenbosch. In het gebouw van de receptie troffen zij [slachtoffer 1] aan. [9]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De straf en/of de maatregel
5is overwogen, verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte voor de feiten 1, 2, 3 subsidiair, 4 en 6 primair tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe, en veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [slachtoffer 1] , te betalen een bedrag van € 750,00, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 30 september 2019 tot de dag der algehele voldoening;
- verklaart het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil;
- veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;
- legt aan verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 1] , van € 750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 30 september 2019 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 15 dagen, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil;
- veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;
- legt aan verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 2] , van € 842,85, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 29 september 2019 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 16 dagen, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
mr. M.G.J.M. van der Staak, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.J.J.L. Hermans, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 februari 2021.
en/of van 14 juli 2019 tot en met 25 juli 2019 en/of van 1 september
2019 tot en met 30 september 2019 te Heel, in elk geval in de gemeente
Maasgouw en/of te Herkenbosch, in elk geval in de gemeente
Roerdalen, althans in Nederland, opzettelijk, een minderjarige,
te weten [slachtoffer 1] , geboren op 25 december 2001,
die onttrokken was of zich onttrokken had aan het wettig over haar
gesteld
gezag of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over haar
uitoefende, heeft verborgen en/of aan de nasporing van de ambtenaren
van de justitie of politie heeft onttrokken;