ECLI:NL:RBLIM:2022:10196
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing wraking rechter wegens vermeende onpartijdigheid afgewezen
In deze zaak heeft de wrakingskamer van de rechtbank Limburg een verzoek tot wraking van een rechter beoordeeld. Het verzoek was ingediend door een partij in een civiele procedure, die stelde dat de rechter niet onpartijdig zou zijn en dat de rechter volgens artikel 120 van Pro de Grondwet niet aan de wet of verdragen mag toetsen.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk onderzocht en geoordeeld dat de aangevoerde gronden geen aanleiding geven tot wraking. Daarbij is overwogen dat alle wrakingsgronden gelijktijdig moeten worden aangedragen en niet later aangevuld kunnen worden. Het verzoek was dan ook kennelijk ongegrond.
Een mondelinge behandeling van het verzoek werd niet noodzakelijk geacht. De wrakingskamer heeft het verzoek tot wraking formeel afgewezen en verklaard ongegrond, waarmee de rechter bevoegd blijft om de zaak te behandelen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.