Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eiser] ,
[bedrijfsnaam eiser] B.V.,
1.[gedaagde] ,
[bedrijfsnaam gedaagde] B.V.,
Rechtbank Limburg
In deze kort geding procedure vorderden eiser en diens vennootschap diverse veroordelingen tegen gedaagde en diens vennootschap, waaronder betaling van voorschotten en nakoming van een managementovereenkomst. Gedaagde en diens vennootschap vorderden in reconventie de tijdelijke aanstelling van een onafhankelijke bestuurder van de vennootschap.
De rechtbank oordeelde dat de vorderingen van eiser en diens vennootschap werden afgewezen omdat zij onvoldoende spoedeisend belang hadden en de vorderingsrechten toekwamen aan de vennootschap zelf. De vordering tot tijdelijke aanstelling van een onafhankelijke bestuurder werd eveneens afgewezen omdat niet aannemelijk was gemaakt dat er gegronde redenen waren om aan het beleid of de gang van zaken binnen de vennootschap te twijfelen, noch was een spoedeisend belang voldoende onderbouwd.
De rechtbank liet de vennootschap toe als gevoegde partij en compenseerde de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd gewezen door mr. R.J.M.G. Rulkens en uitgesproken op 19 december 2022.
Uitkomst: De vorderingen tot betaling en tijdelijke aanstelling onafhankelijke bestuurder zijn afgewezen wegens ontbreken van spoedeisendheid en gegronde redenen.