Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
DOCMORRIS N.V.,
1.De procedure
- de dagvaarding
- de op voorhand door DocMorris in het geding gebrachte producties 1 tot en met 8
- de spreekaantekeningen van mr. Savelkoul
Rechtbank Limburg
De werknemer was sinds 2018 werkzaam bij DocMorris en heeft in juli 2021 een vaststellingsovereenkomst getekend waarin de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden per 1 september 2021 werd beëindigd. De werknemer meldde zich ziek en stelde later dat hij de overeenkomst wilde vernietigen wegens dwaling en misbruik van omstandigheden, omdat hij niet op de hoogte was van de gevolgen voor zijn uitkering.
DocMorris stelde dat de werknemer voldoende was geïnformeerd, de overeenkomst met instemming en na advies had ondertekend en dat het initiatief tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de werknemer uitging. Diverse gespreksverslagen en verklaringen bevestigden dit. De werknemer maakte geen gebruik van de wettelijke bedenktermijn en onderbouwde zijn dwalingsverweer onvoldoende.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van dwaling zoals bedoeld in artikel 6:228 BW Pro, noch van misbruik van omstandigheden. De vernietiging van de vaststellingsovereenkomst ontbeert daarom rechtsgeldige grond en is zonder rechtsgevolgen. De arbeidsovereenkomst is beëindigd per 1 september 2021 en de loonvordering wordt afgewezen. De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot loonbetaling wordt afgewezen omdat de vernietiging van de vaststellingsovereenkomst niet rechtsgeldig is.