Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het op 19 augustus 2022 ter griffie ontvangen verzoekschrift met vier bijlagen, tevens inhoudend een incidenteel verzoek ex art. 223 Rv Pro (voorlopige voorziening)
- het op 10 oktober 2022 ter griffie ontvangen verweerschrift, tevens inhoudend een tegenverzoek en een voorwaardelijk tegenverzoek met acht bijlagen
- de op 17 oktober 2022 ter griffie ontvangen nadere bijlagen vijf en zes
- de mondelinge behandeling ter zitting van 19 oktober 2022, waar beide partijen hun standpunt nader hebben toegelicht aan de hand van een pleitnota.
2.De feiten
(…)
3.De verzoeken
Tweede voorval:
In de week van 11 t/m l7 juli kwam op een ochtend [naam collega 1] naar mij toe dat hij [verzoeker, verweerder en tegenverzoek en in het voorwaardelijke tegenverzoek] had aangesproken
Ik kwam binnen rond 10:00 uur. Toen zag ik [naam collega 1] en [verzoeker, verweerder en tegenverzoek en in het voorwaardelijke tegenverzoek] in de sluis staan Hier hing een beetje een
Ik hoorde zojuist in de wandelgangen over het voorval met [verzoeker, verweerder en tegenverzoek en in het voorwaardelijke tegenverzoek] en [naam collega 1] .
Omtrent de gebeurtenis van [verzoeker, verweerder en tegenverzoek en in het voorwaardelijke tegenverzoek] op het moment van de 1e bedreiging heb ik niks van meegekregen enigste wat ik mee kreeg van dat moment is dat [verzoeker, verweerder en tegenverzoek en in het voorwaardelijke tegenverzoek] boos en geirriteerd de afdeling op kwam. Hij zei dat hij was ontslagen en dat dit een kutbedrijf is. Door hoe [verzoeker, verweerder en tegenverzoek en in het voorwaardelijke tegenverzoek] sprak en liep ontstond er een erg vervelende sfeer waarbij eigenlijk niemand echt wist wat ze ermee moesten doen.