ECLI:NL:RBLIM:2022:10661

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
12 oktober 2022
Publicatiedatum
15 februari 2023
Zaaknummer
9947757 CV EXPL 22-2889
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 25 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering wegens wanprestatie op vaststellingsovereenkomst na onverschuldigde betaling

Schade NV heeft onverschuldigd een bedrag van € 38.952,80 aan gedaagde betaald en met hem een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin gedaagde zich verplichtte € 12.000,- terug te betalen. Gedaagde heeft niet betaald, ook niet na diverse betalingsverzoeken en aanmaningen.

Gedaagde stelde financiële onmacht en een diagnose van long-covid als verweer, en vroeg om een betalingsregeling die Schade NV niet accepteerde. De kantonrechter oordeelde dat financiële onmacht geen rechtsgeldige reden is voor opschorting van de betalingsverplichting, zeker zonder schuldeisersverzuim van Schade NV.

De vordering van Schade NV tot betaling van € 500,- plus rente en kosten werd toegewezen. Het beroep van gedaagde op de gedragscode van verzekeraars werd verworpen omdat dit geen verzekeringskwestie betreft en geen schending was aangetoond. Ook de incassokosten werden toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 500,- plus rente en proceskosten wegens wanprestatie op vaststellingsovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 9947757 \ CV EXPL 22-2889
Vonnis van de kantonrechter van 26 oktober 2022
in de zaak van:
de naamloze vennootschap SCHADEVERZEKERING METAAL EN TECHNISCHE BEDRIJFSTAKKEN N.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
eisende partij,
gemachtigde Flanderijn Gerechtsdeurwaarders,
tegen:
[gedaagde],
wonend [adres] ,
[postcode] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding
  • de conclusie van antwoord
  • de conclusie van repliek
  • de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
In de periode van 1 augustus 2016 tot en met 30 april 2018 heeft Schade NV ten onrechte aan [gedaagde] een bedrag van € 38.952,80 aan WGA-loonaanvullingsuitkering betaald. Bij brief van 2 juli 2018 heeft Schade NV terugbetaling gevraagd.
2.2.
Nadat [gedaagde] bezwaar heeft ingediend bij KiFiD hebben partijen op 9 december 2019 een vaststellingsovereenkomst gesloten. Partijen zijn het volgende overeengekomen:
“de heer [gedaagde] betaalt vóór 31 december 2020 aan NV schade een bedrag van € 12.000,- terug op rekeningnummer:
[bankrekeningnummer] ten name van N.V. Schade.
Partijen verklaren over en weer niets meer van elkaar te vorderen te hebben.
De heer [gedaagde] trekt zijn klacht in.”
2.3.
[gedaagde] heeft niet betaald, ondanks diverse betalingsverzoeken en aanmaningen van Schade NV.
2.4.
Bij brief van 1 april 2021 vraagt [gedaagde] om een betalingsregeling van € 120,00 per maand. Schade NV heeft dit verzoek afgewezen.
2.5.
Op 21 april 2021 is de 14-dagenbrief aan [gedaagde] gestuurd.
2.6.
Bij brief van 24 maart 2022 bevestigt Schade NV de gemaakte betalingsregeling, inhoudende betaling van een bedrag van € 200,00 per maand. [gedaagde] komt deze regeling niet na.

3.Het geschil

3.1.
Schade NV vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 500,00, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Schade NV stelt dat zij € 13.345,31 van [gedaagde] te goed heeft, maar dat zij om haar moverende redenen de vordering beperkt tot € 500,00 waarbij zij uitdrukkelijk haar recht op het resterende deel reserveert. Schade NV stelt dat de grondslag voor de vordering onverschuldigde betaling is. Uit de stellingen van partijen blijkt echter dat zij een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten naar aanleiding van het onverschuldigd betaalde bedrag van € 38.952,80. De grondslag voor de onderhavige vordering kan daarom geen andere zijn dan nakoming van de vaststellingsovereenkomst. De kantonrechter zal de grondslag op de voet van artikel 25 Rv Pro aanvullen.
4.2.
Volgens de vaststellingsovereenkomst heeft [gedaagde] zich verplicht om uiterlijk 31 december 2021 een bedrag van € 12.000,00 aan Schade NV te betalen. Hieraan heeft [gedaagde] niet voldaan en dit levert een tekortkoming in de nakoming (wanprestatie) op. [gedaagde] beroept zich op financiële onmacht vanwege het wegvallen van inkomen en de diagnose long-covid. Hoewel de kantonrechter absoluut oog heeft voor de belangen van [gedaagde] staat financiële onmacht niet aan toewijzing van de vordering in de weg. Evenmin is dit een rechtsgeldige reden voor opschorting van de betalingsverplichtingen. Dit zou slechts anders zijn indien er ook aan de kant van Schade NV sprake is van schuldeisersverzuim. Dit is er niet. Dat Schade NV de voorgestelde betaling van € 120,00 per maand niet accepteert, levert geen schuldeisersverzuim op. Daar komt nog bij [gedaagde] vanaf het sluiten van de vaststellingsovereenkomst geen enkel bedrag heeft betaald, zelfs niet het zelf door hem voorgestelde bedrag van € 120,00.
4.3.
Ook het beroep van [gedaagde] op de gedragscode van verzekeraars baat hem niet. [gedaagde] heeft niet aangetoond dat Schade NV in strijd met deze gedragscode heeft gehandeld. Daarbij is van belang dat het hier niet gaat om een verzekeringskwestie, maar om de nakoming van een vaststellingsovereenkomst nadat Schade NV onverschuldigd een aanzienlijk bedrag aan [gedaagde] had betaald. Mocht bovendien al wel sprake zijn van schending van enig beding uit de gedragscode dan is daarmee nog niet gezegd dat de aanspraak op de vordering komt te vervallen.
4.4.
[gedaagde] voert ook nog verweer tegen de gevorderde buitengerechtelijke incassokoten. De kantonrechter stelt vast dat aan de vereisten voor toewijzing is voldaan. Aan [gedaagde] zijn immers andere aanmaningen en betalingsverzoeken gestuurd en dit rechtvaardigt toewijzing van incassokosten.
4.5.
Op basis van voorgaande overwegingen verwerpt de kantonrechter het verweer van [gedaagde] en wijst hij de vordering aan Schade NV toe.
4.6.
De kantonrechter ziet geen aanleiding [gedaagde] toe te laten tot nadere bewijslevering.
4.7.
[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
  • dagvaarding € 129,74
  • griffierecht 128,00
  • salaris gemachtigde
totaal € 407,74
4.8.
De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Schade NV te betalen een bedrag van € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 juni 2022 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten aan de zijde van Schade NV gevallen en tot op heden begroot op € 407,74,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.H. Dethmers en in het openbaar uitgesproken.
type: PLG
coll: