Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
dashcamuit de auto van aangeefster op 23 juli 2021 is gebleken dat aangeefster om 20:29:57 uur aan de verdachte vraagt: “Laat eens zien wat je die man hebt geschreven”. Kort daarna begint zij te schreeuwen: “Niet doen, niet doen, niet doen”. Aangeefster stapt dan uit de auto en rent schreeuwend weg. [5] In de loop van de dag heeft de verdachte al een fikse ruzie gehad met aangeefster, waarbij hij haar heeft bedreigd met de dood. Dit blijkt uit het
dashcamgesprek om 13:42:23 uur. De verdachte zegt dan tegen aangeefster dat ze zijn vader niet mag bellen of schrijven en dat hij haar voor de laatste keer waarschuwt. Even later zegt de verdachte tegen aangeefster dat hij moeite heeft zich in te houden. Hij zegt: “De volgende keer, wanneer je weer iets doet, dan zal ik eerst jou doden en dan mezelf.” [6]
dashcam-gesprekken blijkt echter dat direct voorafgaand aan het steken niet gesproken werd over de familie van de verdachte. Bovendien heeft hij haar na de eerste steek nog eens willen steken, wat zij heeft kunnen afweren, hetgeen evenmin past bij het verhaal van de verdachte. De rechtbank acht dan ook bewezen dat de verdachte met het mes heen en weer heeft bewogen in het been van aangeefster. Door aldus te handelen – op een plek te steken waar zich vitale slagaderen bevinden en daarbij de verwonding mogelijk te verergeren door het mes heen en weer te bewegen – heeft de verdachte de aanmerkelijke kans op de dood bewust aanvaard.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van vijf jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- legt op de maatregel dat de veroordeelde voor de duur van 3 jaar op geen enkele wijze –direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] ;
- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 3 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan;
- verstaat dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van een bedrag van € 14.151,20, bestaande uit € 7.651,20 aan materiële schade en € 6.500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 105 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.