Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 februari 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2022.
Rechtbank Limburg
Eiser werd op 3 oktober 2020 aangehouden na een verkeersongeval waarbij hij als bestuurder betrokken was. De politie meldde aan het CBR dat eiser weigerde mee te werken aan een ademonderzoek, waarna het CBR een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) oplegde. Eiser betwistte dat hij ooit was verzocht mee te werken aan het ademonderzoek en stelde dat de politieprocessen-verbaal onjuist waren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder, het CBR, in beginsel mocht uitgaan van de juistheid van de op ambtseed opgemaakte processen-verbaal van de politie. Eiser had geen objectieve redenen of tegenbewijs aangevoerd om aan die juistheid te twijfelen. De rechtbank concludeerde dat eiser terecht een EMA was opgelegd op grond van artikel 11 van Pro de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de oplegging van de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer wordt ongegrond verklaard.