De moeder concludeert tot afwijzing van het verzoek van SWZ.
Tevens verzoekt zij een onderzoek door het NIFP te gelasten waarbij minimaal aan de orde dient te komen waar de kern van het probleem gelegen is bij de besluitvorming rondom [minderjarige] , zowel ten aanzien van zijn verzorging en (medische) behandeling als ten aanzien van de uitvoering van de bezoekregeling. Alsmede wat voor SWZ nodig is om hierin verantwoordelijkheid te kunnen nemen en adviezen te kunnen geven die ook daadwerkelijk worden opgevolgd. Wat de moeder betreft dient tevens de vraag te worden voorgelegd of eenhoofdig gezag in het belang van [minderjarige] moet worden geacht en, zo ja, wie van de ouders dan hiermee belast zou moeten worden.
De moeder bestrijdt dat SWZ geen uitvoering zou kunnen geven aan de beschikking van 8 september 2020. De moeder bestrijdt ook dat SWZ niet betrokken zou zijn geweest bij deze procedure. SWZ is namelijk als informant door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna de raad) gehoord en is op de hoogte gehouden van het raadadvies. SWZ heeft tot mei 2021 ook niet over problemen in de uitvoering gerept, terwijl SWZ wel direct op de hoogte is gesteld van de inhoud. De zorgregeling is in de beschikking van 8 september 2020 op die wijze vormgegeven als gevolg van het hoofdprobleem, namelijk dat de ouders gezamenlijk niet tot een besluit kunnen komen over een goede zorgregeling en de randvoorwaarden waaraan die moet voldoen. Evenmin kunnen de ouders tot een gezamenlijk besluit komen over de verzorging en de behandeling van [minderjarige] . Wat de moeder betreft is het algemenere probleem het startpunt. Als de moeizame besluitvorming tussen de ouders wordt opgelost zal ook het probleem ten aanzien van de zorgregeling waarschijnlijk ten goede gekeerd kunnen worden.
Uit de algemene voorwaarden op de website van SWZ blijkt dat SWZ professionele, wetenschappelijk onderbouwde zorg van goede kwaliteit garandeert aan haar cliënten en ouders vanuit de eigen verantwoordelijkheid desnoods hierbij kan passeren. In het belang van [minderjarige] moet SWZ dus wel beslissingen nemen als het de ouders dan wel wettelijk vertegenwoordigers niet lukt. Daar zou [minderjarige] ook gebaat bij zijn.
Alhoewel de moeder instemmend heeft gereageerd op het voorstel van SWZ om een bijzondere curator te laten aanstellen, heeft de moeder hier serieuze bedenkingen bij. De moeder is van mening dat daarin geen duurzame oplossing is gelegen. Een bijzondere curator weet niets van de toestand en de behoeften van [minderjarige] en zal zich voor informatie hierover en voor de oordeelsvorming over wat in het belang is van [minderjarige] toch moeten wenden tot SWZ als primaire verzorger. Bovendien vraagt de moeder zich af hoe de aanstelling van een bijzondere curator vormgegeven zou moeten worden in deze situatie. De vraag is daarnaast ook hoe een bijzondere curator de mening van [minderjarige] moet overbrengen, nu [minderjarige] zelf niet kan praten. Ook hiervoor zal de bijzondere curator zich moeten wenden tot SWZ, die juist zegt afstand te willen nemen van de problematiek.
SWZ meent de rol die haar is toebedeeld niet op zich te kunnen nemen omdat zij, wat begrijpelijk is, onpartijdig probeert te blijven. Daarnaast lijkt SWZ een beeld te schetsen van twee strijdende ouders. De moeder gaat echter iedere (schijn) van strijd juist zoveel mogelijk uit de weg en buigt liever mee dan dat zij de confrontatie aangaat. Zij zet in op een harmonieuze samenwerking met zowel SWZ als met de vader. De werkelijke oorzaak ligt dan ook niet in de strijdende ouders. Naar de ervaring en constatering van de moeder is die gelegen in het grensoverschrijdende gedrag van de vader, met name naar haar maar ook naar SWZ. Het gedrag van de vader naar SWZ observeert de moeder als manipulatief en obsessief. Het pestgedrag richting de moeder vindt deels plaats buiten het zicht van SWZ. Door dit pestgedrag is er ook geen zakelijke communicatie en besluitvorming tussen de ouders over [minderjarige] mogelijk. Als de moeder een afwijkende visie op zaken heeft van die van de vader, leidt dit onherroepelijk tot aanvallen op de moeder als persoon.
De moeder weet niet waar de oplossing gezocht zou moeten worden, maar de oplossing ligt niet in het benoemen van een bijzondere curator. De moeder zou zich kunnen voorstellen dat er een onderzoek door het NIFP wordt gelast naar de gedragingen van en dynamiek tussen de ouders en SWZ, waarbij minimaal wordt gekeken naar de periode van 2015 tot heden. Een andere, meer vergaande, optie is het belasten van een van de ouders met het eenhoofdig gezag. Het ligt dan het meest voor de hand de moeder met het eenhoofdig gezag te belasten. Zij heeft gedurende het leven van [minderjarige] tot nu toe het grootste deel van zijn verzorging op zich genomen. Ook in de communicatie met SWZ en diverse medisch specialisten is de moeder altijd het eerste aanspreekpunt geweest. Daarbij is er reeds sprake van het klem-criterium omdat regelmatig de benodigde zorg of medicatie niet of niet tijdig verleend of verstrekt wordt omdat de vader per definitie een andere richting in wil dan de moeder, waarbij opgemerkt wordt dat de moeder doorgaans op dezelfde lijn zit als de professionals. De moeder doet op dit moment nog geen verzoek haar te belasten met het eenhoofdig gezag, maar doet wel de uitdrukkelijke suggestie dit als onderwerp van onderzoek mee te nemen als de rechtbank mocht besluiten het NIFP onafhankelijk onderzoek te doen.
Ter zitting is daarnaast door de moeder aangegeven dat onderzocht dient te worden waarom de ouders niet in staat zijn om te communiceren. Dat lukte de ouders al niet voordat [minderjarige] bij SWZ verbleef. Uit de emailcorrespondentie blijkt dat het zwaartepunt daarvan bij de vader ligt. Er zou een filter in de vorm van een hulpverlener ingezet dienen te worden die alle nare opmerkingen uit de correspondentie haalt en enkel kijkt naar wat nodig is. De moeder stelt in dat kader voor een pestprotocol in te stellen. Daar heeft SWZ nog geen gebruik van gemaakt. Er is enkel een procesbegeleider ingezet die heeft geprobeerd die rol op zich te nemen. SWZ geeft aan dat de drempel om de wettelijke vertegenwoordiger te passeren heel hoog is. Zij heeft echter een hele duidelijke opdracht van de rechtbank gekregen om juist wel die regierol op zich te nemen. Ook in het raadsonderzoek kwam duidelijk naar voren dat de raad de rol van regievoerder zag weggelegd voor SWZ. De moeder denkt dat dit ook de enige mogelijkheid is om de situatie te laten werken. Tenzij deze rol bij een van de ouders komt te liggen. Dat [minderjarige] goed op beide ouders reageert staat los van het gezag.
Gelet op de beschikking van 8 september 2020 en het daaraan voorafgaande raadsrapport klopt het dat SWZ enkel de opdracht heeft gekregen de regie uit te voeren over de zorgregeling. Of [minderjarige] dat aankan is echter niet alleen afhankelijk van hemzelf maar ook van de vraag of zijn omgeving wel veilig genoeg is. Gelet daarop gaat de regierol van SWZ wel iets verder.
De moeder staat niet open voor conflictbehandeling. Daar heeft zij geen vertrouwen in. De moeder is jarenlang volledig gemanipuleerd en klein gemaakt door de vader. Bij conflictbemiddeling wordt ervan uitgegaan dat allebei de ouders het beste met [minderjarige] voorhebben. De moeder heeft echter ervaren dat de vader niet het beste met [minderjarige] voor heeft. De raad is er gedurende het onderzoek ook nooit op ingegaan dat er in het begin van de relatie sprake is geweest van psychische mishandeling van de moeder door de vader. Een conflictbemiddeling zal niet tot de oplossing leiden.