ECLI:NL:RBLIM:2022:1430
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen besluit tegemoetkoming in planschade bij woningbouwproject
De zaak betreft een beroep van Projon BV tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo om aan een derde-partij een tegemoetkoming in planschade toe te kennen van € 11.750,00 vanwege de vaststelling van het uitwerkingsplan “De Vaert c.a. fase 2” dat woningbouw mogelijk maakt op het perceel van de derde-partij.
De derde-partij is eigenaar van een woning binnen het plangebied, en de planologische wijziging betreft een overgang van agrarische bestemming naar woningbouw. De adviescommissie, een onafhankelijke deskundige, heeft geadviseerd dat sprake is van een planologische verslechtering, wat door verweerder is gevolgd. Eiseres betwist dit en voert aan dat geen verslechtering is omdat agrarisch gebruik al hinder veroorzaakte en dat de adviescommissie onvoldoende concreet is geweest.
De rechtbank oordeelt dat het advies van de adviescommissie objectief en inzichtelijk is en dat eiseres geen contra-advies heeft overgelegd. De planologische verslechtering is aannemelijk, mede gelet op de toename van geluid-, geur- en lichthinder door woningbouw. Voorts is vastgesteld dat er geen voorzienbaarheid van de planologische wijziging bestond ten tijde van de aankoop van het perceel in 1981, omdat concrete beleidsvoornemens ontbraken.
Ook het verschil tussen de taxatiewaarde en WOZ-waarde is voldoende gemotiveerd door verweerder. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de toekenning van de planschadevergoeding.
Uitkomst: Het beroep van Projon BV is ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van planschadevergoeding aan de derde-partij bevestigd.