Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het door de kantonrechter op 28 juli 2021 tussen [eiser] als eisende partij en [gedaagde] als gedaagde partij bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer 9332744 CV EXPL 21-3537
- de verzetdagvaarding tevens houdende eis in reconventie
- de conclusie van antwoord in verzet en in reconventie tevens houdende depot van een usb-stick
- de conclusie van repliek in verzet
- de beslissing d.d. 27 januari 2022 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling op 10 februari 2022.
2.De feiten
3.Het geschil
- € 782,00 aan openstaande huurpenningen;
- € 434,20 schade na oplevering;
- € 8.254,60 aan schadevergoeding na mishandeling;
- € 848,50 aan buitengerechtelijke kosten;
- de proceskosten.