Uitspraak
RECHTBANK Limburg
[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker
de Belastingdienst Toeslagen, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Limburg
Verzoeker stelde beroep in tegen besluiten van de Belastingdienst Toeslagen waarin hij ten onrechte als toeslagpartner werd aangemerkt met zijn onderhuurster. Verzoeker leverde bewijs van onderhuur, waaronder een huurovereenkomst en kwitanties.
De Belastingdienst Toeslagen baseerde zich op fiscale partnerschapgegevens van de Inspecteur inkomstenbelasting, maar ontving later gewijzigde aangiftes waaruit bleek dat geen fiscaal partnerschap bestond. Hierop werden de besluiten herzien en het beroep ingetrokken.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst Toeslagen zelfstandig had moeten vaststellen of sprake was van toeslagpartnerschap en niet gebonden was aan de fiscale gegevens. De oorspronkelijke besluiten waren onrechtmatig omdat de onderhuur reeds in bezwaar was aangetoond.
Omdat de Belastingdienst Toeslagen tegemoet was gekomen aan het verzoek van verzoeker, werd deze veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in bezwaar en beroep, totaal € 2.600,00.
De uitspraak benadrukt het zelfstandige karakter van de toeslagpartnerschapregeling en de verplichting van het bestuursorgaan tot zorgvuldige beoordeling van de feiten, ook buiten fiscale gegevens.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst Toeslagen tot betaling van € 2.600,00 aan verzoeker als proceskostenvergoeding wegens onrechtmatige vaststelling van toeslagpartnerschap.