ECLI:NL:RBLIM:2022:1702
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Deels gegrond beroep op openbaarmaking documenten verkoop gemeentelijk vastgoed
Eiser verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om volledige openbaarmaking van documenten over de verkoop van gemeentelijk vastgoed. Verweerder gaf gedeeltelijk gehoor aan het verzoek, maar weigerde openbaarmaking van bepaalde stukken en bedragen met verwijzing naar artikel 11 en Pro artikel 10 van Pro de Wob.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte niet heeft onderzocht of bepaalde stukken geanonimiseerd openbaar gemaakt konden worden en dat het onderzoek naar ontbrekende stukken onvoldoende zorgvuldig was. Ook was de motivering voor weigering van openbaarmaking van bedragen onvoldoende en niet in overeenstemming met het zorgvuldigheids- en gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit gedeeltelijk en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij onder meer een beter inzicht in het dossieronderzoek en een herbeoordeling van de openbaarmaking van bedragen en stukken dient plaats te vinden. Het griffierecht wordt aan eiser vergoed, maar een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit gedeeltelijk vernietigd met opdracht tot een nieuw besluit binnen zes weken.