Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2022:1922

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
9 maart 2022
Publicatiedatum
14 maart 2022
Zaaknummer
C/03/298436 / HA ZA 21-572
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing incidentvoeging en recht op antwoorden in civiele procedure over vaststellingsovereenkomst

In deze civiele procedure bij de rechtbank Limburg staat een geschil centraal over de vernietiging van een vaststellingsovereenkomst uit 2003, die volgens eisers onder invloed van dwaling tot stand is gekomen. De hoofdzaak betreft deze vernietigingsvordering, terwijl het incident zich richt op het verzoek van de eiseres in het incident om de hoofdzaak te voegen met een andere aanhangige zaak en om alsnog een conclusie van antwoord te mogen indienen.

De rechtbank constateert dat het uitstelverzoek van eisers in het incident onterecht was omdat de wederpartij hiervoor geen toestemming had gegeven, waardoor de door eisers ingediende antwoordakte als niet genomen wordt beschouwd. Hierdoor zijn de vorderingen van de eiseres in het incident niet weersproken. Gezien de nauwe samenhang tussen de zaken en het ontbreken van verweer tegen het verzoek, wijst de rechtbank de voeging toe en verleent zij de eiseres alsnog het recht om te antwoorden.

De rechtbank compenseert de proceskosten van het incident, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Tevens wordt de zaak verwezen naar de rol voor het nemen van de conclusie van antwoord en wordt een mondelinge behandeling gepland om nadere inlichtingen te verkrijgen en mogelijke minnelijke regeling te verkennen. Partijen worden verplicht persoonlijk te verschijnen bij deze zitting.

Uitkomst: Het verzoek tot voeging van de hoofdzaak met een andere zaak en het recht om alsnog een conclusie van antwoord in te dienen worden toegewezen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/298436 / HA ZA 21-572
Vonnis in incident bij vervroeging van 9 maart 2022
in de zaak van

1.[eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident sub 1] ,

2.
[eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2],
beiden wonend te [woonplaats 1] ,
eisers in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
advocaat mr. R.P.F. Rober,
tegen
[gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident],
wonend te [woonplaats 2] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. A.J.G. Jukema.
Partijen zullen hierna [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] en [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de rolbeslissing van 19 januari 2022,
  • de akte uitlaten partijen van [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] van 2 februari 2022,
  • de akte houdende uitlaten rolbeslissing tevens houdende verzoek/vordering tot (ambtshalve) voeging van de procedure met zaak-rolnummer C/03/297987 / HA ZA 21/550 van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] met processtuk A en B en producties 1 en 2 van 2 februari 2022,
- het B4-formulier van [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] van 15 februari 2022 met een uitstelverzoek,
- het door de rolrechter gegeven akkoord op het uitstelverzoek,
- de antwoordakte houdende uitlating rolbeslissingvan [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] van 2 maart 2022,
- het B11-formulier van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] van 2 maart 2022,
- het B16 formulier van [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] van 2 maart 2022.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.De feiten

2.1.
[eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident sub 1] en [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] zijn gehuwd geweest in gemeenschap van goederen. Het huwelijk is ontbonden door echtscheiding en zij hebben de gevolgen van de echtscheiding geregeld in een echtscheidingsconvenant, ondertekend op 18 en 24 maart 2003 (productie 1 bij dagvaarding).
2.2.
[eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident sub 1] en [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2] zijn op 3 juli 2004 met elkaar getrouwd.

3.Het geschil

in de hoofdzaak
3.1.
[eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] vorderen, kort gezegd, dat de rechtbank bij vonnis bepaalt dat de gesloten vaststellingsovereenkomst van 18 en 24 maart 2003 onder invloed van dwaling tot stand is gekomen en deze op grond daarvan vernietigt.
in het incident
3.2.
[gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] vordert dat de hoofdzaak wordt gevoegd met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met het zaaknummer / rolnummer C/03/297987 / HA ZA 21-550 . Tevens verzoekt [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] om haar alsnog toe te staan een conclusie van antwoord in te dienen.

4.De beoordeling in het incident

4.1.
[eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] hebben in hun B16 formulier van 2 maart 2022 erkend dat de wederpartij geen toestemming heeft gegeven voor uitstel, zoals [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] ten onrechte hebben vermeld in hun B4-formulier van 15 februari 2022 met een uitstelverzoek. Nu slechts met toestemming van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] uitstel had mogen worden gegeven voor het nemen van de betreffende akte, welke toestemming blijkt niet te zijn gegeven, heeft te gelden dat de door [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] genomen antwoordakte houdende uitlating rolbeslissing van 2 maart 2022 als niet genomen moet worden beschouwd. Dit betekent dat de vorderingen/verzoeken van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] niet zijn weersproken.
4.2.
In zaak C/03/297987 / HA ZA 21/550 tussen eiseres [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] en gedaagden [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] vordert eiseres [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] , kort gezegd, dat de rechtbank bij vonnis een verklaring voor recht geeft dat de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst van 13 en 20 maart 2020, waarin alle partijen zijn overeengekomen welke uitleg moet worden gegeven aan art. 7.1 van de gesloten vaststellingsovereenkomst van 18 en 24 maart 2003, executoriale kracht verkrijgt door opneming in het dictum. Vergelijking van dit petitum met het petitum in deze zaak leidt tot de conclusie dat de zaken zo nauw met elkaar samenhangen en de procedures zo met elkaar verknocht zijn, dat de incidentele vordering moet worden toegewezen. De aangevoerde en niet weersproken gronden kunnen die vordering dragen.
4.3.
Het verzoek van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] om alsnog te mogen antwoorden is ook niet door [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] weersproken. Toewijzing van haar verzoek nadat haar recht daarop is vervallen verklaard, is niet in strijd met de goede procesorde. Nu [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] ook dit verzoek niet hebben weersproken, en partijen in beginsel vorm en inhoud van het debat bepalen, wordt ook dit verzoek toegewezen.
4.4.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beoordeling in de hoofdzaak

5.1.
De zaak zal worden verwezen naar de rol van
20 april 2022voor het nemen van een conclusie van antwoord door [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] ;
5.2.
De rechtbank zal een mondelinge behandeling bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.
De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.
In beginsel wordt ter mondelinge behandeling aan de raadslieden van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van beknopte spreekaantekeningen. Uitgebreide mondelinge en schriftelijke uiteenzettingen zullen echter niet worden toegestaan.
Op de mondelinge behandeling zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden nagegaan hoe de verdere gang van de procedure moet zijn. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking of inschakeling van een mediator aan de orde komen. De zitting eindigt met een aantal formaliteiten.

6.De beslissing

De rechtbank
in het incident
6.1.
voegt de hoofdzaak C/03/298436 / HA ZA 21/572 met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met zaaknummer / rolnummer C/03/297987 / HA ZA 21-550 ,
6.2.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
6.3.
verwijst de zaak naar de rol van
20 april 2022voor het nemen van een conclusie van antwoord zijdens [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] ,
6.4.
beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen het nader onderbouwen van hun stellingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. I.M. Etman in het gerechtsgebouw te Maastricht aan St. Annadal 1 op
donderdag 7 juli 2022van
9:00tot
12:00uur,
6.5.
bepaalt dat de partijen dan in persoon aanwezig moeten zijn.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2022. [1]

Voetnoten

1.type: AH